De voorzitter opent de zitting op 17/12/2025 om 22:14.
De gemeenteraad dient telkens het verslag van de vorige vergadering goed te keuren.
Geen
Enig artikel: het notulenverslag van de gemeenteraad van 18 november 2025 wordt goedgekeurd.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het meerjarenplan 2026-2031, deel gemeente, vast te stellen en het meerjarenplan 2026-2031, deel OCMW, goed te keuren.
In de BBC wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur gedurende de komende zes jaar. Bij de voorbereiding en de opmaak van het meerjarenplan staan de te bereiken resultaten of effecten en de acties en actieplannen die daarvoor zullen worden uitgevoerd, centraal. Lokale besturen maken hun meerjarenplan op binnen het regelgevend kader over de beleids- en beheerscyclus voor de lokale en provinciale besturen (BBC). De BBC (beleids- en beheerscyclus) wordt sinds 2014 gebruikt voor:
Het decreet van 22 december 2017 (artikel 254) over het lokaal bestuur bepaalt dat de meerjarenplannen van de lokale besturen starten in het tweede jaar na de lokale verkiezingen en dat ze lopen tot het einde van het jaar na de daaropvolgende verkiezingen. Dat betekent dat de nieuwe lokale bestuursploegen in 2025 hun beleids- en financiële planning voor de komende jaren opmaken. Ze beschrijven en verankeren die planning in het strategisch meerjarenplan voor de periode van 2026 tot en met 2031.
De BBC-regelgeving bepaalt de samenstelling en de minimale inhoud van het meerjarenplan. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de prioritaire beleidsdoelstellingen, de niet-prioritaire beleidsdoelstellingen en de verrichtingen zonder beleidsdoelstellingen.
Het meerjarenplan bestaat uit een inhoudelijk deel (de strategische nota), een financieel deel (de financiële nota) en een toelichting.
Alle budgetten werden voorzien volgens de te verwachten evolutie.
De ontvangsten werden aangepast aan de ontvangen ramingen.
Het meerjarenplan heeft een financieel evenwicht:
De kerncijfers kunnen in onderstaande tabel worden teruggevonden:
|
|
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
2030 |
2031 |
| Exploitatiesaldo |
€ 2.362.163 |
€ 2.200.514 |
€ 2.473.352 |
€ 2.376.872 |
€ 2.391.150 |
€ 2.478.522 |
| Investeringssaldo |
€ -5.689.910 |
€ -5.496.394 |
€ -2.743.617 |
€ -1.598.561 |
€ -1.118.202 |
€ -672.891 |
| Financieringssaldo |
€ -3.150.587 |
€ 4.486.794 |
€ -609.352 |
€ -1.623.111 |
€ - 1.615.032 |
€ -1.232.996 |
| Beschikbaar budgettair resultaat |
€ 4.339.938 |
€ 5.530.853 |
€ 4.651.236 |
€ 3.806.436 |
€ 3.464.352 |
€ 4.036.988 |
| Autofinancieringsmarge |
€ -250.718 |
€ -484.294 |
€ 598.288 |
€ 749.842 |
€ 772.199 |
€ 1.241.607 |
Artikel 1: de gemeenteraad keurt het het meerjarenplan 2026 – 2031, deel gemeente, goed zoals voorgelegd in bijlage en deel uitmakende van deze beslissing.
Artikel 2: de gemeenteraad keurt het deel van het meerjarenplan 2026-2031, dat de raad voor maatschappelijk welzijn voor de entiteit OCMW heeft vastgesteld in zitting van 17 december 2025, goed en stelt hiermee het geheel meerjarenplan 2026 - 2031 (gemeente en OCMW) vast.
Artikel 3: deze beslissing wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur binnen de 20 dagen.
Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 november 2025 werd kennis genomen van de akte van voordracht van kandidaat voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst, en waarbij Idris Bektas als voorzitter verkozen werd verklaard en de eed heeft afgelegd.
Bijgevolg is de heer Idris Bektas ook toegevoegde schepen.
Voor de praktische goede werking is het noodzakelijk om een interne werkverdeling te bepalen, dienstig voor de voorbereiding van beleid, projecten, dossiers en bepalingen.
Geen
Enig artikel: onverminderd de beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18 november 2025 waarbij kennis werd genomen van de akte van voordracht van kandidaat voorzitter bijzonder comité voor de sociale dienst, en waarbij Idris Bektas als voorzitter verkozen werd verklaard en de eed heeft afgelegd.
De gemeenteraad neemt kennis van de volgende interne werkverdeling binnen het college van burgemeester en schepenen afgesproken voor de legislatuur die begonnen is op 2 december 2024 en loopt tot en met 2030:
Burgemeester: Jean-Pierre De Groef
1ste schepen: Steve Claeys
2de schepen: Mohamed Akaychouh
3de schepen: Magda Geeroms
4de schepen: Hicham El Majnaoui
Voorzitter BCSD (toegevoegde 5de schepen): Idris Bektas
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op de aanmaningskosten die we als bestuur aanrekenen bij het niet tijdig betalen van facturen, belastingaanslagen of andere vorderingen.
Wanneer een klant of burger zijn vordering ten opzichte van het lokaal bestuur niet tijdig betaalt, creëert dit extra kosten. Zoals wettelijk verplicht, is onze 1e aanmaning gratis. Dit is ook belangrijk, gezien iedereen wel eens een factuur kan vergeten te betalen. Vanaf een 2e herinnering spreken we niet meer over een vergetelheid en stapelen de extra kosten (verzendkosten, werkuren …) zich op. Die kosten recupereren we deels door 9,00 euro aanmaningskosten aan te rekenen bij die 2e aangetekende herinnering.
Van zodra een vordering na die 2e aanmaning onbetaald blijft, schakelen we een externe invorderaar in die toch probeert de vordering te innen. Hiervoor rekenen we een grotere kost aan, gezien de inspanningen hiervoor ook alleen maar toenemen (20,00 euro voor vorderingen < 150,00 euro - 30,00 euro voor vorderingen > 150,00 euro). Ook hiervoor houden we rekening met de wettelijk voorziene maxima.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 1 500,00 euro per jaar.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 2: de retributie moet betaald worden door de debiteur op wiens naam de openstaande vordering staat.
Artikel 3: de retributie voor het verzenden van aanmaningen wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4: bij betaling zullen eerst de aangerekende kosten (voor aangetekende zendingen) aangezuiverd worden en vervolgens de openstaande schuldvordering (hoofdsom).
Artikel 5: bij vastgestelde wanbetaling, in het bijzonderheid als er sprake is van onwil, herhaling of nalatigheid, kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om de dienstverlening van de gemeente te schorsen of stop te zetten op advies van de bevoegde dienst, zonder dat dit recht geeft op schadevergoeding uit hoofde van de schuldenaar.
Artikel 6: ingeval het dossier van een fiscale of niet-fiscale vordering doorverwezen wordt naar een externe partner die in zal staan voor de verdere vervolging van de debiteur, zullen volgende kosten aangerekend worden:
1. Verwijlintresten conform de wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.
2. Een forfaitaire vergoeding van:
Artikel 7: dit reglement geldt niet voor vorderingen die voortkomen uit het retributiereglement parkeren, zoals goedgekeurd op de gemeenteraad van 21 november 2023 en volgende.
Artikel 8: de retributie zal geïnd worden via de aanmaningsbrieven die verzonden worden.
Artikel 9: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Het behandelen van aanvragen en meldingen omgevingsvergunningen gaat gepaard met administratieve kosten denk hierbij aan opzoekingen, kosten voor opmaken en afdrukken bekendmakingsaffiches, aangetekende zendingen, ...
Het is te verantwoorden dat de gemeente hiervoor een bijdrage vraagt aan de aanvrager van de omgevingsvergunning.
Afhankelijk van het type dossier is de impact op de dienst omgeving verschillend, om deze reden werden verschillende tarieven opgenomen in het retributiereglement.
De retributie zal verschuldigd zijn door de aanvrager van de omgevingsvergunning, vanaf het moment dat het dossier volledig en ontvankelijk wordt verklaard.
Gerechtelijke overheden, openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen en instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van de retributie.
Er is geen dossiervergoeding verschuldigd wanneer het dossier wordt stopgezet of ingetrokken voor het dossier volledig en ontvankelijk wordt verklaard.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 15 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement op het aanvragen en/of melden van een omgevingsvergunning voor de dienstjaren 2026-2031
Artikel 1: onder retributie/dossiervergoeding in het kader van dit reglement wordt verstaan de vergoeding die wordt aangerekend in één van volgende gevallen:
a) Bij een aanvraag omgevingsvergunning (zowel bij de lokale overheid als de hogere overheden);
b) Bij een verzoek tot bijstelling van omgevingsvergunningen (zowel bij de lokale overheid als de hogere overheden);
c) Bij een melding (zowel bij de lokale overheid als de hogere overheden).
Artikel 2: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op aanvragen en/of meldingen van een omgevingsvergunning.
Artikel 3:
§1. De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de aanvraag, het verzoek of de melding indient. Indien er meerdere aanvragers zijn wordt de retributie aangerekend aan de aanvrager die als eerste geregistreerd staat in het Omgevingsloket.
Elke aanvrager is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.
§2. De retributie is verschuldigd vanaf de aanvraag omgevingsvergunning volledig en ontvankelijk wordt verklaard. Indien het dossier wordt ingetrokken of stopgezet tijdens de procedure is de vergoeding eveneens verschuldigd.
§3. In afwijking van §1 is in geval van verzoek tot bijstelling van de in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden alleen een dossiervergoeding verschuldigd door de vergunninghouder, exploitant en het betrokken publiek en dit overeenkomstig artikel 82, artikel 82, 2°, b en artikel 82, 2°, c van het omgevingsvergunningsdecreet.
§4. In afwijking van §1 is ingeval van verzoek tot bijstelling van het voorwerp of de duur van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting alleen een dossiervergoeding verschuldigd door het betrokken publiek en dit overeenkomstig artikel 83 en 83, 2°, a van het omgevingsvergunningsdecreet.
Artikel 4:
§1. Voor aanvragen - verzoek tot bijstelling - of melding omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Machelen of een hogere overheid wordt een retributie geven:
§2. Er is één dossiervergoeding verschuldigd per aanvraag. Indien de aanvraag meerdere onderdelen bevat volgens verschillende procedures zouden kunnen behandeld worden, wordt enkel het hoogste van toepassing zijnde tarief aangerekend.
§3. De bedragen in §1 worden verhoogd met:
Artikel 5:
§1. Gerechtelijke overheden, openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen en instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van de retributie.
§2. Er is geen dossiervergoeding verschuldigd wanneer het dossier wordt stopgezet of ingetrokken voor het dossier volledig en ontvankelijk wordt verklaard.
Artikel 6: de retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden na het besluit of de aktename omtrent de Omgevingsvergunningsaanvraag of na de stopzetting of intrekking van het dossier.
Bij een laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale niet fiscale verordeningen.
Artikel 7: tegen de aanrekening van de retributie kan de aanvrager bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen."
Het retributiereglement betreffende de stedenbouwkundige en milieu inlichting van 18 december 2019 en het retributiereglement voor het opvragen van documenten en/of plannen die deel uitmaken van een stedenbouwkundig dossier of omgevingsvergunningsdossier goedgekeurd door de gemeenteraad van 21 december 2022 dienen te worden herzien.
De dienst omgeving krijgt veel vragen omtrent stedenbouwkundige en/of milieu inlichtingen veelal van percelen waar een lange geschiedenis op van toepassing is. Deze opzoekingen vragen veel tijd van de dienst.
Daarnaast worden ook vaak plannen opgevraagd die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief van de gemeente.
De dienst omgeving steekt veel tijd in het opzoeken van stedenbouwkundige– en milieu inlichtingen, dit gaat meestal over kadastrale percelen waar een lange historiek op van toepassing is. Het afleveren van al deze informatie vraagt veel inspanningen van de dienst.
Naast stedenbouwkundige- en milieu inlichtingen worden om diverse redenen ook vaak plannen uit het stedenbouwkundig archief van de gemeente opgevraagd. De dienst zoekt deze plannen op, scant deze en maakt deze digitaal over aan de aanvrager als deze voldoet aan de criteria om deze op te vragen ook dit vraagt veel inspanning.
Het is dan ook niet meer dan logisch dat hier een vergoeding tegenover wordt geplaatst.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 700,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement betreffende stedenbouwkundige- en/of milieu inlichtingen en het opvragen van plannen die deel uitmaken van een stedenbouwkundig archief
Artikel 1: voor de toepassing van dit retributiereglement wordt verstaan onder:
Artikel 2: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het afleveren van stedenbouwkundige- en/of milieu inlichtingen en het opvragen van plannen die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief voor zover dit kan binnen de regels op het auteursrecht.
Artikel 3:
§1. De retributie is verschuldigd door de natuurlijk persoon of rechtspersoon die de inlichtingen heeft opgevraagd bij het lokaal bestuur.
§2. De retributie is verschuldigd door de natuurlijk persoon of rechtspersoon die de plannen opvraagt die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief.
Artikel 4:
§1. Het bedrag van de retributie voor stedenbouwkundige- en milieu inlichtingen wordt bepaald op 100,00 euro per kadastraal perceel en per type inlichting.
§2. Het bedrag voor het opvragen van plannen die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief wordt bepaald op 30,00 euro per dossier.
Deze bedragen worden verhoogd met 5,00 euro per plan (vanaf formaat A2).
§3. De bedragen opgenomen in §1 en §2 zijn ook van toepassing als deze worden opgevraagd in het kader van openbaarheid van bestuur.
Artikel 5: gerechtelijke overheden, openbare besturen en daarmee gelijkgestelde instellingen en instellingen van openbaar nut zijn vrijgesteld van de retributie.
Artikel 6: de retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden na het afleveren van de inlichtingen en/of de plannen die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief.
Bij een laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale niet fiscale verordeningen.
Artikel 7: het afleveren van stedenbouwkundige- en milieu inlichtingen of plannen die deel uitmaken van het stedenbouwkundig archief gebeurt binnen een termijn van 30 werkdagen.
Artikel 8: tegen de aanrekening van de retributie kan de aanvrager bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen."
Sinds 1 juni 2024 mogen gemeenten een vergoeding vragen voor conformiteitsonderzoeken op verzoek, zoals bepaald in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen (VCP).
Dit geldt onder meer voor:
Er mag geen vergoeding gevraagd worden voor onderzoeken:
Op 22 oktober 2024 werd door de beslist om gefaseerde de verplichting tot het beschikken over een conformiteitsattest voor huurwoningen ingevoerd. Het doel is om de woningkwaliteit van het verhuurde patrimonium te waarborgen.
De gemeente mag een retributie heffen per onderzoek per individuele woning. Een hercontrole geldt als een afzonderlijk onderzoek en een kamer geldt als een individuele (niet-zelfstandige) woning.
De retributie is beperkt tot de werkelijke kost van het onderzoek en bedraagt maximaal 200,00 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en voor de eerste maal op 1 januari 2026.
De werkelijke kostprijs ligt hoger dan het maximumtarief, aangezien elk onderzoek een volledige controle omvat, inclusief administratieve verwerking. Gemiddeld neemt dit proces zes uur in beslag.
De woonmaatschappij is vrijgesteld van vergoeding bij nieuwe inhuurnames, zoals voorzien in het afsprakenkader. Daarnaast geldt een bredere vrijstelling: gezien hun publieke opdracht en beperkte middelen is het niet wenselijk hen financieel te belasten voor conformiteitsonderzoeken. Het opleggen van een vergoeding zou hun sociale werking ondermijnen.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 12 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor het uitvoeren van een conformiteitsonderzoek op het verzoek en het beperken van de geldigheidsduur van conformiteitsattesten
Artikel 1: Begripsomschrijving
In dit reglement wordt verstaan onder:
1. Beveiligde zending: één van de volgende betekeningswijzen:
2. Conformiteitsattest: het attest bedoeld in artikel 3.6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
3. Entiteit: is een deel van een pand en kan een woonfunctie of niet-woonfunctie (bv. economische functie) hebben. Ze valt al dan niet samen met het pand en kan zelfstandig of niet zelfstandig zijn.
4. Hercontrole: een controle die wordt uitgevoerd nadat uit het eerste conformiteitsonderzoek blijkt dat de woning niet conform is.
5. Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
6. Technisch verslag: het verslag dat een woningcontroleur in het kader van een conformiteitsonderzoek opstelt aan de hand van de modellen, zoals bedoeld in artikel 1.2, 132° Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
7. Woningcontroleur: een natuurlijk persoon met bewijs van beroepskwalificatie, controleert of zelfstandige en niet-zelfstandige woningen voldoen aan de minimale woningkwaliteitsnormen van de Vlaamse Codex Wonen. Hiervoor doet de woningcontroleur een onderzoek ter plaatse, het zogenaamde conformiteitsonderzoek.
Artikel 2: Toepassingsgebied vergoeding
Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een vergoeding gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen.
§1. Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen:
§2. In volgende gevallen is de houder van het zakelijk recht vrijgesteld van de vergoeding vermeld in artikel 4:
Artikel 3: Vergoedingsplichtige
De vergoeding is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht of de rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt, zoals vermeld in artikel 3.7, §1 van de Vlaamse Codex Wonen.
Artikel 4: Tarief
De vergoeding wordt vastgesteld op 200,00 euro per entiteit en per conformiteitsonderzoek zoals voorzien in artikel 2 over het toepassingsgebied.
Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast volgens de volgende formule:
nieuw bedrag = basisbedrag x aangepaste gezondheidsindex / gezondheidsindex van november 2023 (basisjaar 2013).
Het geïndexeerde bedrag wordt steeds naar beneden afgerond tot het dichtstbijzijnde gehele getal.
Artikel 5: Inning
De vergoeding wordt ingevorderd door middel van factuur. De vergoeding is verschuldigd door de aanvrager op het ogenblik dat het conformiteitsonderzoek wordt aangevraagd.
Na ontvangs van betaling zal het conformiteitsonderzoek definitief worden ingepland.
Bij elk nieuw onderzoek onder het toepassingsgebied opgenomen onder artikel 2, is de vergoeding verschuldigd.
De vergoeding is en blijft verschuldigd zolang de verzoeker de aanvraag niet stopzet en er geen beroep gedaan wordt op artikel 3.7, §2 Vlaamse Codex Wonen.
Bij niet-betaling wordt de vergoeding ingevorderd op basis van artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur of via een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
Artikel 6: Geldigheidsduur conformiteitsattest
Het conformiteitsattest is standaard tien jaar geldig. In de volgende situaties wordt de geldigheidsduur beperkt:
1. Gebreken van categorie I: wanneer het technisch verslag tussen de vier en zes gebreken van categorie I vermeld, is het conformiteitsattest maximaal vijf jaar geldig.
2. Vochtproblemen: het conformiteitsattest is maximaal vijf jaar geldig wanneer het technisch verslag een gebrek vermeldt in één of meer van de volgende categorieën:
3. Verwarmingstoestellen type B: bij aanwezigheid van kachels of verwarmingstoestellen van type B, is het conformiteitsattest maximaal vijf jaar geldig.
4. Beperking op basis van EPC-label:
Indien minstens twee van de eerste drie situaties hierboven vermeld tegelijk van toepassing zijn, wordt de geldigheid van het conformiteitsattest beperkt tot maximum drie jaar.
Het conformiteitsattest vervalt van rechtswege in de gevallen zoals bepaald in artikel 3.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021. Dit omvat onder meer:
Tegen beslissingen over de geldigheidsduur van het conformiteitsattest of de aanrekening van een vergoeding kan de houder van het zakelijk recht binnen 30 dagen na kennisgeving schriftelijk bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en vervangt vanaf die datum het Retributiereglement op aanvragen van een conformiteitsonderzoek van 28 mei 2024.
Conformiteitsattesten die onder de voorgaande reglementen werden afgeleverd met een beperkte geldigheidsduur, blijven geldig zolang zij voldoen aan de voorwaarden van artikel 3.9 van de Vlaamse Codex Wonen 2021.
Voor alle conformiteitsonderzoeken die plaatsvinden vanaf de inwerkingtreding van dit reglement, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing, ongeacht of de aanvraag of procedure reeds voor deze datum werd opgestart.
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op Vastgoedinformatie.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 40 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
“Retributiereglement Vastgoedinformatie
Artikel 1: Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
1° Vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
2° Lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
3° Centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
4° Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
5° Product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
6° Externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
7° Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
8° Aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
9° Algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
10° Persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
11° Verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
12° Verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
13° Betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
15° Gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;
Artikel 2: Algemeen
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het Vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van gemeente Machelen een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
Artikel 3: Aanvrager van vastgoedinformatie
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
Artikel 4: Bedrag
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:
| Voorwerp aanvraag |
Retributiebedrag per kadastraal perceel |
| Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet |
100,00 euro |
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.
Artikel 5: Inning
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
Artikel 6: Verwerking van persoonsgegevens
§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de gemeente Machelen en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.
Athumi treedt op als verwerker voor de gemeente Machelen wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.
De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de gemeente Machelen en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als Bijlage 1.
Artikel 7: Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Machelen via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 8: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Sinds 2023 heft de gemeente Machelen een retributie op het parkeren van motorvoertuigen, aanhangwagens of onderdelen op de openbare weg, op parkeerplaatsen grenzend aan de openbare weg en op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg waar parkeren toegelaten is en waar een blauwe zonereglementering (retributie op het parkeren) van toepassing is.
Deze retributie neemt 2 vormen aan:
De retributie op het parkeren zonder geldige parkeerkaart wordt vastgelegd op:
De retributie op het afleveren van een parkeerkaart voor voertuigen ingeschreven als lichte vracht voor bewoners of zelfstandigen met adres op eigen domicilie:
De retributie op het afleveren van een gemeentelijke parkeerkaart voor werknemers of werkgevers met een zaak of bedrijf binnen de blauwe zone of voor bestuurders zonder werk- of domicilieadres in Machelen:
Per domicilieadres worden maximum 4 parkeerkaarten voor personenwagens afgeleverd. Hiervan kan afgeweken na gemotiveerd schrijven, de kostprijs per bijkomende parkeerkaart wordt gelijkgesteld aan deze voor een 3de en 4de abonnement.
De kostprijs voor de bijkomende abonnementen die enkel via gemotiveerd schrijven (artikel 10 §6) kunnen bekomen worden, is 2 000,00 euro/per abonnement.
Van de retributie vrijgesteld voor het afleveren van een gemeentelijke parkeerkaart autodelen, zorgparkeren en specifieke dienstverleners.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 250 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt het retributiereglement parkeren goed.
"Retributiereglement op parkeren van motorvoertuigen, aanhangwagens of onderdelen op de openbare weg, op parkeerplaatsen grenzend aan de openbare weg en op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg waar parkeren toegelaten is en waar een blauwe zonereglementering (retributie op het parkeren)
Hoofdstuk I. Definities
Artikel 1: Definities
Retributiebiljet: het ticket/biljet dat je krijgt waarop staat wat je moet betalen indien je een retributie krijgt.
Gemeentelijke parkeerkaart: de gemeentelijke parkeerkaart (bewonerskaart, parkeerkaart autodelen, parkeerabonnement, …) vervangt de parkeerschijf in de parkeerzones die gespecifieerd zijn in het meest recent goedgekeurde besluit 'parkeerzones in Machelen’.
De verschillende types gemeentelijke parkeerkaarten:
Parkeerzone: de indeling van de straten en gebieden in zones beperkt in tijd zoals wordt vastgesteld door het college van burgemeester en schepenen in een besluit ‘parkeerzonering’.
Zone parkeren met beperkte duurtijd, of blauwe zone: in een zone met beperkte duurtijd voor parkeren, of blauwe zone, moet het voertuig de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de beperkte parkeerduur indien men niet over een vergunning beschikt die het recht geeft om langer te parkeren. Zoniet, betaalt men een retributie.
Shop&go: parkeerplaats of parkeerzone met beperkte parkeerduur aangeduid door middel van het verkeersbord Fig. E9b aangevuld met een onderbord type VIIc dat de parkeerduur beperkt tot 30 minuten elke dag van 7 uur tot 20 uur, behalve op zon- en feestdagen en op 11 juli.
Parkeerinformatiebord: een informatiebord waarop alle informatie met betrekking tot het parkeerbeleid in de zone van het bord staat.
Provider: een dienstverlener (aangeduid door de gemeente Machelen, of een door de gemeente Machelen aangestelde concessiehouder) die op digitale wijze (bv. via app, en/of internet en/of sms, en/of …) de mogelijkheid biedt aan parkeerders om onder bepaalde modaliteiten een parkeerrecht te verwerven en/of om een parkeersessie te starten en te stoppen.
Verkeersreglement: koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Openbare weg: alle wegen met inbegrip van fietspaden, bermen en trottoirs die eigendom zijn van de gemeentelijke of gewestelijke overheid in de zin van het verkeersreglement.
Met openbare weg gelijkgestelde plaatsen: parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, tweede lid, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.
Kentekenplaat: in het algemeen moet een voertuig voorzien zijn van een kentekenplaat om tot het verkeer op de openbare weg toegelaten te worden. Er bestaan verschillende kentekenplaten die elk beantwoorden aan een specifieke situatie.
Hoofdstuk II. Stratenzones
Artikel 2: Parkeerzones
De verschillende zones die van toepassing zijn in de gemeente Machelen zijn terug te vinden in het meest recent goedgekeurde besluit 'parkeerzones in Machelen’ dat kan geraadpleegd worden op de website van het lokaal bestuur.
De afbakening van de parkeerzones is een bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen.
Hoofdstuk III: Retributie
Artikel 3: Toepassing retributie
§1. Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2031, een retributie op het parkeren van motorvoertuigen, aanhangwagens of onderdelen op de openbare weg, op parkeerplaatsen grenzend aan de openbare weg en op plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg waar parkeren toegelaten is en waar een blauwe zonereglementering van toepassing is.
§2. Er wordt een retributie gevestigd
• Op het parkeren van een motorvoertuig, aanhangwagen of onderdelen op de plaatsen in de gemeente Machelen binnen de zones met beperkte parkeertijd waar parkeren krachtens een politiereglementering of andere gemeentelijk beleid toegelaten is. De bijzondere voorwaarden voor Machelen inzake retributie op parkeren in de blauwe zone, met inbegrip van de begin- en einduren en minimum uren, zijn vastgelegd in het meest recent goedgekeurde besluit 'parkeerzones in Machelen'.
• Op de afgifte van (digitale) gemeentelijke parkeerkaarten, bedoeld in de artikelen 27.1, 27.3 en 27 ter van het Verkeersreglement, waardoor het mogelijk wordt de parkeerfaciliteiten te benutten.
Artikel 4: Retributieplichtige
§1. De retributie geldt per geparkeerd voertuig en is verschuldigd door de houder van de kentekenplaat of van de houder van de aanhangwagen of de onderdelen.
Artikel 5: Tarief retributie
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
§1. Voor de maximale parkeerduur die toegelaten is in de zones met beperkte parkeerduur die bepaald wordt in artikel 27.1.2 van het Verkeersreglement en verder gespecifieerd in het meest recent goedgekeurde besluit ‘parkeerzones in Machelen’: gratis.
§2. De bestuurder die voor een langere periode dan bepaald door dit retributiereglement en het meest recent goedgekeurde besluit ‘parkeerzones in Machelen’ verkiest te parkeren in een zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone) tijdens de geldigheidsduur van deze blauwe zone en niet beschikt over een ander parkeerrecht voor deze zone, kan parkeren tegen betaling van een retributie van 25,00 euro per dag in alle zones behalve in de Shop&Go zone waar de retributie 50,00 euro per dag is.
Deze retributie geeft recht op een parkeertijd van maximum 13 uren (of tot het einde van diezelfde dag) vanaf het moment van de vaststelling die vermeld wordt op het retributiebiljet tot maximum het einde van de dag van de vaststelling.
Deze vaststelling wordt op het retributiebiljet minimaal vermeld als ‘retributie’.
§3. Voor de afgifte van de gemeentelijke parkeerkaart voor bewoners of zelfstandigen met adres op eigen domicilie: personen die hun domicilie hebben in de gemeente Machelen (en die voldoen aan de voorwaarden zoals vastgelegd in het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart) kunnen aanspraak maken op maximaal 4 bewonerskaarten voor personenwagens per domicilie-adres tegen volgende tarieven:
• 1e bewonerskaart: 0 euro per jaar
• 2e bewonerskaart: 120,00 euro per jaar
• 3e bewonerskaart: 500,00 euro per jaar
• 4e bewonerskaart: 500,00 euro per jaar
§4. Voor de afgifte van de gemeentelijke parkeerkaart voor voertuigen ingeschreven als lichte vracht voor bewoners of zelfstandigen met adres op eigen domicilie: personen die hun domicilie hebben in de gemeente Machelen (en die voldoen aan de voorwaarden zoals vastgelegd in het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart) kunnen aanspraak maken op maximaal 2 bewonerskaarten per domicilie-adres tegen volgende tarieven:
§5. Als er op hetzelfde domicilie bewonerskaarten voor zowel personenwagens als lichte vrachten worden aangevraagd, wordt eerst de tarifering voor lichte vracht aangerekend. Indien er bijkomend nog bewonerskaarten voor personenwagens worden aangevraagd, wordt het tarief van 3de en 4de bewonerskaart gehanteerd.
§6. Voor de afgifte van de gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen (artikel 9), zorgparkeren (artikel 11) en specifieke dienstverleners (artikel 12): gratis.
§7. Voor de afgifte van de gemeentelijke parkeerkaart met abonnementsformule voor werknemers van of werkgevers met een zaak of bedrijf in de blauwe zone of voor bestuurders zonder werk- of domicilie-adres in Machelen die wensen te parkeren in een blauwe zone van Machelen: tegen volgende tarieven met een maximum van 4 abonnementen per adres:
De kostprijs voor de bijkomende abonnementen die enkel via gemotiveerd schrijven (artikel 10 §6) kunnen bekomen worden, is 2 000,00 euro/per abonnement.
Hoofdstuk IV: Parkeren in de zones met beperkte parkeerduur
Artikel 6: Richtlijnen inzake aanmelden in de blauwe zone waar een beperkte parkeerduur van toepassing is
§1. Reglementair aanmelden in de blauwe zone:
De gemeentelijke parkeerkaart vervangt de parkeerschijf in de parkeerzones waar de gemeentelijke parkeerkaart geldig is.
§2. Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.
§3. Indien een langere parkeerduur dan de duurtijd van die van toepassing is in de parkeerzone gewenst is, dient een alternatief parkeerrecht te worden gekozen.
§4. De gebruiker die digitaal niet aanmeldt in de zone met beperkte parkeerduur, geen parkeerschijf legt en niet beschikt over een gemeentelijke parkeerkaart die van toepassing is in de zone wordt geacht te kiezen voor de betaling van het retributietarief (zie artikel 5, §2).
§5. De gebruiker van een digitale betaalmethode kan noch de gemeente, noch de concessiehouder of diens onderaannemers, noch de provider aansprakelijk stellen voor de gebrekkige werking of een defect van de digitale betaalmethode.
§6. Bij de registratie van de kentekenplaat is de retributieplichtige verantwoordelijk voor het juist invoeren van de kentekenplaat van zijn/haar voertuig.
§7. Enkel in geval van gebruik van de parkeerschijf dient deze achter de voorruit gelegd te worden, of als er geen voorruit is, op het voorste deel van het voertuig, de aanhangwagen of het onderdeel, aangezien de andere parkeerrechten (digitale aanmelding in de blauwe zone, aanmelding via SMS of gemeentelijke parkeerkaart) digitaal worden toegekend.
§8. Een parkeerrecht is enkel geldig voor het voertuig of de aanhangwagen of het onderdeel waarvoor het aangekocht of aangemeld werd, is niet overdraagbaar en niet-restitueerbaar.
Hoofdstuk V. Gemeentelijke parkeerkaart
Artikel 7: Voorwaarde gebruik gemeentelijke parkeerkaart
§1. De gemeentelijke parkeerkaart mag enkel gebruikt worden voor het voertuig waarvan de kentekenplaat erop aangeduid is of voor de aanhangwagen of de onderdelen waarvan het merk en chassisnummer erop aangeduid is indien er geen inschrijving verplicht is.
§2. Per gemeentelijke parkeerkaart mag er maximaal 1x/jaar van kentekenplaat of merk en chassisnummer gratis gewijzigd worden, nadien zal hier een administratieve kost van 5 euro worden aangerekend.
§3. Per adres heeft men maximaal recht op 4 gemeentelijke parkeerkaarten, uitgezonderd een ongelimiteerd aantal gemeentelijke parkeerkaarten voor autodelen.
Artikel 8: Richtlijnen/specificaties inzake aanvragen bewonerskaart
§1. Een gedomicilieerde inwoner kan een bewonerskaart aanvragen voor het voertuig, de aanhangwagen of onderdelen dat op zijn/haar naam ingeschreven staat of waarvan hij/zij de vaste bestuurder is. Voor salariswagens, bedrijfswagens en dienstwagens is een attest van de werkgever vereist om de bewonerskaart aan te vragen.
§2. De bewonerskaart heeft een geldigheidsduur van 1 jaar vanaf de datum van uitreiking en ten vroegste vanaf 1 april 2023.
§3. De bewonerskaart wordt digitaal afgeleverd en wordt slechts aan 1 kentekenplaat of, in geval de aanhangwagen of het onderdeel niet moet worden ingeschreven, aan 1 merk en chassisnummer gekoppeld. De bewonerskaart kan enkel gebruikt worden voor het voertuig, de aanhangwagen of het onderdeel waarvan de kentekenplaat of het merk en het chassisnummer erop aangeduid is en voor de welbepaalde zone die aan de kaart gekoppeld is.
§4. De titularis van de bewonerskaart betaalt het eventueel verschuldigde bedrag bij het aanmaken van de digitale bewonerskaart.
§5. Bewoners in het bezit van een bewonerskaart zijn de retributie niet verschuldigd voor het parkeren in de parkeerzones die aan de bewonerskaart gekoppeld zijn.
Artikel 9: Richtlijnen/specificaties inzake aanvragen parkeerkaart voor autodelen
§1. De beperkingen van de parkeertijd gelden niet voor voertuigen die gebruikt worden door een door de gemeente Machelen erkende autodeelorganisatie op voorwaarde dat het voertuig voorzien is van een gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen. Dit geldt niet op Shop&Go-plaatsen.
§2. De gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen heeft een geldigheidsduur van 5 jaar vanaf de datum van uitreiking.
§3. De gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen wordt digitaal afgeleverd en wordt slechts aan 1 kentekenplaat gekoppeld. De gemeentelijke parkeerkaart voor autodelen kan enkel gebruikt worden voor het voertuig waarvan de kentekenplaat erop aangeduid is en voor de welbepaalde zone die eraan gekoppeld is.
Artikel 10: Richtlijnen/specificaties inzake aanvragen parkeerkaart met abonnementsformule
§1. Een werknemer die werkt voor een bedrijf of werkgever met een bedrijf of handelszaak in de blauwe zone van Machelen-Diegem of een bezoeker van de blauwe zone van Machelen-Diegem kan een parkeerabonnement aanvragen voor voertuigen, aanhangwagens of onderdelen.
§2. De aanvragers zullen een parkeerabonnement ontvangen geldig voor de aangevraagde periode, waarbij de geldige begin- en einddatum zal worden meegedeeld.
§3. De aanvrager van het parkeerabonnement betaalt het verschuldigde bedrag bij het aanmaken van het parkeerabonnement.
§4. Het parkeerabonnement wordt digitaal afgeleverd en wordt enkel aan 1 kentekenplaat, of in geval de aanhangwagen of het onderdeel niet moet worden ingeschreven, aan 1 merk en chassisnummer gekoppeld.
De gemeentelijke parkeerkaart kan enkel gebruikt worden voor het voertuig, de aanhangwagen of het onderdeel waarvan de kentekenplaat of het merk en het chassisnummer erop aangeduid is en voor de welbepaalde zone die eraan gekoppeld is.
§5. Bestuurders in het bezit van een gemeentelijke parkeerkaart met abonnementsformule zijn de retributie niet verschuldigd voor het parkeren in de parkeerzones die aan de gemeentelijke parkeerkaart gekoppeld zijn.
§6. Een werknemer van of een werkgever met een zaak of bedrijf in de blauwe zone of een bestuurder zonder werk- of domicilie-adres in Machelen-Diegem die meer dan 4 abonnementen wenst aan te vragen voor één adres, dient een gemotiveerd schrijven te richten aan het college van burgemeester en schepenen (kan geweigerd of slechts tijdelijk toegekend worden).
Artikel 11: Gemeentelijke parkeerkaart en parkeerrecht voor specifieke dienstverleners
§1. De beperkte parkeertijd, bedoeld in 27.1 en 27.2 van het Verkeersreglement is niet van toepassing op:
§2. Voertuigen die duidelijk herkenbaar zijn als specifieke dienstverlener, zoals in §1 gedefinieerd en opgesomd, dienen niet over een gemeentelijke parkeerkaart te beschikken.
Hoofdstuk VI. Plaatsen voor elektrisch laden
Artikel 12: Parkeren op parkeerplaatsen die zijn voorbehouden voor het opladen van elektrische voertuigen
§1. De parkeerplaatsen die zijn voorbehouden voor het opladen van elektrische voertuigen worden uitgerust met een oplaadpunt en mogen enkel worden ingenomen door elektrische voertuigen voor zover het voertuig tijdens het parkeren effectief opgeladen wordt.
Het opladen zal blijken uit het al dan niet aangesloten zijn van het voertuig op het oplaadpunt door middel van de stekker.
Deze parkeerplaatsen worden aangeduid door middel van het verkeersbord E9a waarop het pictogram van de parkeerschijf en het symbool van een stekker wordt afgebeeld.
§2. Voor wagens die niet beschikken over een ander parkeerrecht is behoudens anders gesignaleerd dezelfde tijdsbeperking van toepassing als in de respectievelijke blauwe zone.
Hoofdstuk VII. Parkeerrecht
Artikel 13: Parkeerrecht algemeen
§1. Het gebruik van een parkeerkaart, bewonerskaart, parkeerschijf of ander parkeerrecht geeft enkel recht op parkeren gedurende de gekozen tijd.
De betaling van de retributie geeft geen aanleiding tot enig recht op toezicht.
Het parkeren gebeurt altijd op eigen risico.
De gemeente Machelen kan niet aansprakelijk worden gesteld voor om het even welk feit dat beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig zou tot gevolg hebben.
§2. De gebruiker van een parkeerschijf of andere applicatie zal geen verweer kunnen indienen wanneer hij, de Europese parkeerschijf niet duidelijk leesbaar achter de voorruit van de wagen plaatst of beschikken over een ander parkeerrecht, toch niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het lokaal bestuur of de concessiehouder, of in geval van verplichte evacuatie van de voertuigen op bevel van de politie of enig ander overheidsbevel, of in geval een machtiging vanwege de gemeente wordt verleend tot langdurig privaat gebruik van een openbare parkeerplaats.
§3. De bestuurder die beschikt over een parkeerrecht kan niet parkeren op plaatsen waar dit verboden is middels signalisatie, een aanvullend reglement op de politie van het wegverkeer, een tijdelijke politieverordening, de wegverkeerswet of andere verkeersreglementering.
Artikel 14: Parkeerrecht voor personen met een handicap
§1. De beperkingen van de parkeertijd en het betalen van de retributie gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap wanneer de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het Verkeersreglement is aangebracht op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
Met de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het Verkeersreglement wordt gelijkgesteld het document dat in een ander land door de bevoegde overheid van dat land afgeleverd wordt aan de personen met een handicap die voertuigen gebruiken, en waarop het symbool afgebeeld onder artikel 70.2.1.3°.c van het Verkeersreglement voorkomt.
§2. De speciale kaart vervangt de parkeerschijf wanneer het gebruik daarvan verplicht is.
§3. Shop&Go parkeerplaatsen: Het is niet toegestaan om met de parkeerkaart voor personen met een handicap langer dan 30 min. te parkeren op de Shop&Go parkeerplaatsen.
§4. De plaatsen voor personen met een handicap worden niet geregeld via dit reglement.
Artikel 15: Parkeerrecht voor de inrij van eigendommen
§1. De beperkte parkeertijd, bedoeld in artikel 27.1. en artikel 27.2 van het verkeersreglement is niet van toepassing op de voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen en waarvan het inschrijvingsteken van dit voertuig leesbaar op die inrij is aangebracht.
Hoofdstuk VIII. Betaalregeling
Artikel 16: Betaalregeling algemeen
§1. De retributie wordt betaald binnen de 15 dagen door storting of overschrijving op de aangeduide bankrekening, overeenkomstig de richtlijnen vermeld op het parkeerticket dat in dit geval door de daartoe aangestelde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
§2. De aanvrager van het parkeerabonnement betaalt het verschuldigde bedrag bij het aanmaken van het parkeerabonnement. Het parkeerabonnement wordt digitaal afgeleverd en wordt enkel aan 1 kentekenplaat, of in voorkomend geval aan 1 merk en chassisnummer gekoppeld.
§3. De betalende parkeerrechten worden voorafgaandelijk aangekocht via de gemeente, of via een door de gemeente aangestelde concessionaris of provider die een dergelijk parkeerrecht aanbiedt, door het gebruik van elektronische of digitale betaalmiddelen. Na bevestiging van aankoop door de verkoper, kan van het parkeerrecht gebruik worden gemaakt voor de vastgestelde periode.
Artikel 17: Bijkomende kosten bij niet-betaling
§1. Ingeval van niet-betaling van het forfaitair ondeelbaar retributietarief binnen de vooropgestelde 8 dagen na ontvangst (hetzij onder de ruitenwisser of op het voorste gedeelte van de wagen, hetzij per post bezorgd) wordt een minnelijke aanmaningsprocedure opgestart.
De wettelijk toegelaten en/of reglementair bepaalde kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen in de minnelijke fase vallen volledig ten laste van de schuldenaar van de retributie.
Deze kosten (omvattende administratie, afhandeling , portkosten) worden als volgt vastgesteld:
| Verzending van een eerste aanmaning |
0,00 euro |
| Verzending van een tweede aanmaning |
20,00 euro* + interesten** |
| Verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming |
Tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder***) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
|
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht (W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 euro: 20,00 euro forfaitaire verhoging).
**Te vermeerderen met de verwijlintresten op de retributie vanaf de vervaldag overeenkomstig de Wet van 02 augustus 2022 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze intresten zijn in het geval van wanbetaling door een consument slechts verschuldigd vanaf het verstrijken van de wettelijk voorziene wachttermijn zoals aangeduid in de kosteloze herinnering.
***In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30 november 1976 (niet limitatief o.a. aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel – dossierkost - kwijtings-en inningsrecht) én voor de gerechtelijke fase.
Artikel 18: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen.
In navolging van de Vlaamse taxiregelgeving bepaalt de gemeente Machelen de taxistandplaatsen op haar grondgebied en reikt hiervoor de machtigingen uit.
De afgegeven machtigingen geven elk aanleiding tot een jaarlijkse en ondeelbare gemeenteretributie.
De retributie voor de machtiging voor het gebruik van een taxistandplaats wordt door de gemeente geïnd en vereist een gemeentelijk retributiereglement.
De retributie is geïndexeerd. Het vastgestelde bedrag is in lijn met en een voortzetting van de geïndexeerde bedragen in het vorige meerjarenplan.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 250,00 euro per jaar en per machtiging.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op machtiging voor het gebruik van taxistandplaatsen.
Artikel 2: heffingsplichtige
De afgegeven machtigingen geven elk aanleiding tot een jaarlijkse en ondeelbare gemeenteretributie, ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de machtiging.
Artikel 3: tarief
De retributie bedraagt 250,00 euro.
De retributie is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de machtiging werd afgeleverd. Ze zijn jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de machtiging vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de machtiging.
Artikel 4: beëindiging gebruik taxistandplaatsen
De vermindering van het aantal voertuigen of het niet langer gebruik maken van de taxistandplaatsen geeft geen aanleiding tot een retributieteruggave. Dit geldt eveneens voor de opschorting of de intrekking van een machtiging of het buiten werking stellen van één of meer voertuigen voor welke reden dan ook.
Het indienen van een klacht heft de invorderbaarheid van de retributie niet op.
Artikel 5: inningsprocedure
De retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden na goedkeuring van de vergunning. De eerste retributie dient betaald te worden voor het afhalen van de machtigingskaarten.
De retributie voor de navolgende jaren waarvoor de machtiging geldig is, wordt jaarlijks geint in het begin van het jaar.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen.
Artikel 6: indexering
Het bedrag vermeld in artikel 3 wordt aangepast volgens de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het retributiejaar te delen door het indexcijfer van de maand december 2025.
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op de gelegenheidsmarkten. Om de lokale handel te bevorderen moedigt de gemeente meer handelaars aan om deel te nemen aan onze evenementen door de eigen lokale handelaars (grondgebied Machelen-Diegem) en erkende verenigingen van Machelen-Diegem gratis te laten deelnemen aan de markten.
De gemeente organiseert jaarlijks verscheidene gelegenheidsmarkten die zijn omschreven in het reglement inwendig bestuur gelegenheidsmarkten. Dit betreft de jaar- en rommelmarkt in Diegem en de braderie en rommelmarkt in Machelen.
Om tegemoet te komen aan de kosten voor de inname van het openbaar domein en de organisatie van deze markten, wordt een retributie geheven. Er is rekening gehouden met het grootte van de kraam.
Om een goede opkomst te behouden, is de retributie niet verhoogd of geïndexeerd sinds de vorige periode.
Lokale deelnemers (lokale handelaars en erkende verenigingen van Machelen-Diegem) worden vrijgesteld ter bevordering van de lokale handel en stimulatie van het verenigingsleven.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 1850,00 euro.
Gratis deelname voor de lokale handelaars en erkende verenigingen op het grondgebied van Machelen-Diegem.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement op de gelegenheidsmarkten
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de gelegenheidsmarkten.
Artikel 2: heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de entiteit die een standplaats inneemt op de gelegenheidsmarkten.
Artikel 3: tarief
§1. Jaarmarkt en braderie
De retributie voor een standplaats op openbaar domein op de jaarmarkt Diegem en de braderie Machelen, omschreven in het reglement van inwendig bestuur gelegenheidsmarkten, wordt vastgesteld op:
§2. Rommelmarkt
De retributie voor een standplaats op openbaar domein op de rommelmarkt Diegem en op de rommelmarkt Machelen, omschreven in het reglement inwendig bestuur gelegenheidsmarkten, wordt vastgesteld op:
Artikel 4: vrijstellingen
Er wordt een vrijstelling van de retributie voorzien voor de lokale handelaars en de erkende verenigingen op het grondgebied van Machelen-Diegem, voor de jaarmarkt Diegem en de braderie Machelen.
Artikel 5: inningsprocedure
§1. Jaarmarkt en braderie
De retributie bij voorinschrijving zal geïnd worden via een factuur die zal verzonden worden nadat de voorinschrijving is bevestigd. Deze retributie is vooraf betaalbaar door storting op het rekeningnummer van de gemeente.
De marktleider controleert de standplaatsinname en betaling van de voorinschrijving ter plaatse. Als de betaling van een geregistreerde voorinschrijving niet tijdig ontvangen is, wordt het verschuldigde bedrag contant geïnd tegen de afgifte van een betaalbewijs. Bij een eventuele laattijdige ontvangst van een betaling van een voorinschrijving door storting, wordt het dubbel betaalde bedrag teruggestort.
Als de heffingsplichtige zich niet van te voren heeft ingeschreven, wordt het verschuldigde bedrag contant geïnd tegen de afgifte van een betaalbewijs. De marktleider bepaald dan het bedrag ter plaatse aan de hand van het aantal ingenomen meters.
Bij een dubbele betaling, bijvoorbeeld na een eventuele laattijdige ontvangst van een betaling van een voorinschrijving door storting, wordt het bedrag teruggestort.
§2. Rommelmarkt
De retributie wordt contant geïnd tegen de afgifte van een betaalbewijs. De marktleider bepaalt het bedrag ter plaatse aan de hand van het aantal ingenomen meters.
Artikel 6: wanneer een marktkramer of een deelnemer aan de rommelmarkt, bij inbreuk van onderhavig reglement, verwijderd wordt of wanneer hij afwezig blijft, zal het deelnamegeld in geen geval, noch geheel, noch gedeeltelijk, terugbetaald worden.
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie voor vaststellingen standplaatsvergoedingen kermissen. Het is nodig om de standplaatsvergoedingen voor de kermissen in de deelgemeenten Machelen en Diegem vast te leggen.
Het sociaal economisch weefsel kan versterkt worden door de kermissen.
De gemeente organiseert jaarlijks verscheidene kermissen die zijn omschreven in het reglement kermisactiviteiten op de openbare kermissen. Dit betreft de Paaskermis in Diegem en de junikermis in Machelen.
Om tegemoet te komen aan de kosten voor de inname van het openbaar domein en de organisatie van deze kermissen, worden wordt een retributie geheven. Er is rekening gehouden met het grootte van de kraam en de grootte van de kermis en de kosten voor de organisatie van gekoppelde jaarmarkt/braderie en rommelmarkt, die de grote kermissen ook worden georganiseerd.
Om een goede opkomst te behouden, is de retributie niet verhoogd of geïndexeerd sinds de vorige periode.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 11 550,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding kermissen
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op vaststellingen standplaatsvergoedingen kermissen.
Artikel 2: heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de entiteit die een standplaats inneemt op de kermis.
Artikel 3: tarief
Paaskermis in Diegem en de junikermis in Machelen.
§3.1. De standplaatsvergoeding voor de Paaskermis in de deelgemeente Diegem, wordt als volgt vastgesteld:
§3.2. De standplaatsvergoeding voor de junikermis in de deelgemeente Machelen, wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4: inningsprocedure
De retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden nadat de inschrijving is bevestigd. Deze retributie is vooraf betaalbaar door storting op het rekeningnummer van de gemeente.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen.
Artikel 5: bij niet verschijnen op de standplaats wordt de retributie niet terugbetaald, behoudens gevallen van overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen geargumenteerd en mits voorleggen van de nodige bewijsstukken/verklaringen zal beslissen.
Artikel 6: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie voor het gebruik van laagspanningskasten door foorreizigers tijdens kermissen.
De gemeente organiseert jaarlijks verscheidene kermissen die zijn omschreven in het reglement kermisactiviteiten op de openbare kermissen. Dit betreft de Paaskermis in Diegem en de junikermis in Machelen.
Foorkramers hebben elektriciteit nodig om hun attracties te kunnen laten draaien. Afhankelijk van hun stiel verschillen de noden hiervoor. De gemeente biedt een gepaste laagspanningsaansluiting van aan en vraagt een financiële vergoeding voor de geleverde elektriciteit.
De forfaitaire kosten weerspiegelen een schatting van de gemaakte vaste en variabele kosten. Er is rekening gehouden met het verbruik van de kraam maar er zijn geen metingen van het daadwerkelijke gebruik.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 5 200,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor het gebruik van laagspanningskasten door foorreizigers tijdens kermissen
Artikel 1: toepassingsgebied en geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het gebruik van laagspanningskasten door foorreizigers tijdens kermissen.
Artikel 2: terbeschikkingstelling van gemeentelijke aansluitkast
De gemeente stelt aan de foorexploitant een vaste gemeentelijke aansluitkast ter beschikking voor elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied, ten behoeve van foorattracties. De foorexploitant mag deze kast niet voor andere doeleinden en ook niet ten behoeve van derden aanwenden.
Het college van burgemeester en schepenen dient vooraf zijn toestemming te geven voor elke toegang tot de gemeentelijke aansluitkast.
Artikel 3: aanvraag - beslissing
De kandidaat-energieverbruiker richt de aanvraag tot de gemeentelijke aansluitkast aan het college van burgemeester en schepenen.
Hij dient de aanvraag in via het digitale gegevensformulier wanneer hij zich inschrijft voor de kermis. Als dit niet mogelijk is bezorgt hij hiervoor een aanvraag per brief of per e-mail gericht aan het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Volgende gegevens dienen te worden overgemaakt:
De kandidaat-energiegebruiker kan voor alle technische inlichtingen terecht op de technische dienst van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen deelt binnen de 15 kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag zijn beslissing mede aan de foorexploitant.
Artikel 4: heffingsplichtige
De foorexploitant betaalt aan de gemeente een “all-in”-vergoeding voor het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast.
Artikel 5: tarief
De vergoeding is forfaitair vastgesteld als volgt:
1. Diegem Paaskermis
2. Machelen junikermis
De gebruiksaanwijzing dekt zowel de vaste kosten als de variabele kosten van de gemeente.
Artikel 6: toewijzing
De toewijzing van het stopcontact/de stopcontacten/stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast gebeurt volgens de volgorde:
De toewijzing is steeds beperkt tot de capaciteit van de gemeentelijke aansluitkasten.
Artikel 7: toegang - veiligheid
De gemeentelijke afgevaardigde zet de installatie in dienst op voorwaarde dat de foorexploitant een geldig attest voorlegt inzake de jaarlijkse keuring van zijn binnen installatie.
De gemeentelijke afgevaardigde wijst aan de foorexploitant het stopcontact/de stopcontacten stroomkring op de gemeentelijke aansluitkast aan, waartoe deze toegang krijgt en noteert de gegevens met het oog op de controle tijdens het gebruik van de kast. De gemeentelijke aansluitkast moet te alle tijde gemakkelijk toegankelijk blijven voor de gemeentelijke afgevaardigde, zodat het toezicht steeds mogelijk is. Veiligheidsmaatregelen om toegang van derde partijen tegen te gaan (bv. afbakening rond de installatie) moet steeds behouden blijven.
De gemeentelijke afgevaardigde heeft elk moment het recht om het attest inzake jaarlijkse keuring van de foorexploitant in te zien.
Indien de gemeentelijke afgavaardigde oordeelt dat de bepalingen van het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI) worden overtreden en/of dat de veiligheid in het gedrang komt, heeft hij de bevoegdheid om alle verdere toegang onmiddellijk te weigeren. In geval van twijfel kan hij een beroep doen op de knowhow van de distributienetbeheerder.
Elke onrechtmatige toegang of onderverhuring door de foorexploitant zal gerechtelijk worden vervolgd.
Artikel 8: aansprakelijkheid
De gemeente stelt naar best vermogen de aangeboden energie ter beschikking via de aansluitkast aan de foorexploitant. Nochtans kan de gemeente niet aansprakelijk worden gesteld voor onderbrekingen en dient zij in dit geval noch een schadevergoeding noch een vermindering van de gebruiksvergoeding aan de foorexploitant toe te staan.
De foorexploitant dient de nodige schikkingen te treffen om iedere oorzaak van beschadiging te vermijden. Hij is aansprakelijk voor alle schade die hij door onoordeelkundig gebruik aan de gemeentelijke aansluitkast veroorzaakt. Hij dient de gemeentelijke afgevaardigde onmiddellijk op de hoogte te stellen van elke beschadiging, afwijking of elke niet-conformiteit aan de wettelijke voorschriften die hij redelijkerwijze kan vaststellen.
De foorexploitant dient verzekerd te zijn voor de schade die hij door het gebruik van de gemeentelijke aansluitkast aan deze kast en aan derden kan veroorzaken.
Artikel 9: vrijstellingen of verminderingen aanvullen
Bij niet verschijnen op de standplaats en/of niet gebruik van de laagspanningskast wordt de retributie niet terugbetaald, behoudens gevallen van overmacht, waarover het college van burgemeester en schepenen geargumenteerd en mits voorleggen van de nodige bewijsstukken/verklaringen zal beslissen.
Artikel 10: inningsprocedure
De retributie zal geïnd worden via een factuur die zal verzonden zal worden nadat de inschrijving is bevestigd.
Het verschuldigde bedrag is vooraf betaalbaar door storting op het rekeningnummer van de gemeente. Dit is voordat aan de foorexploitant toegang tot de meterkast krijgt en tenminste één week voor het in gebruik nemen van de meterkast.
Bij gebrek aan tijdige betaling kan de gemeente besluiten de aanvraag van de foorexploitant te laten vervallen.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 11: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op vaststelling standplaatsvergoeding voor frietkramen met vaste verkooppunten op het openbaar domein op locaties 1, 2 en 4 omschreven in artikel van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten, op het openbaar domein en op rondtrekkende wijze.
Voor locaties 3, 5, 6 en 7 in dit artikel wordt verwezen naar het retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding en vergoeding voor gebruik van elektriciteit voor een standplaats op openbaar domein voor ambulante activiteiten
De gemeente heeft enkele standplaatsen voor ambulante handel, waarvoor kramen een machtiging kunnen krijgen om op afgesproken momenten handelswaren te verkopen. Dit betreft een wekelijkse, zich herhalende inname.
Om tegemoet te komen aan de kosten voor de inname van het openbaar domein, wordt een retributie geheven. Voor de standplaatsvergoeding is rekening gehouden met de grootte van de kraam en het aantal vergunde standplaatsen.
De gemeente waardeert de bestaande ambulante handel en wil deze behouden. Daarom is de retributie niet verhoogd of geïndexeerd sinds de vorige periode.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 700,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding voor frietkramen met vaste verkooppunten op het openbaar domein
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op standplaats voor frietkramen en foodtrucks met vaste verkooppunten op het openbaar domein.
Artikel 2: heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de standplaatshouder, dat wil zeggen, de entiteit die de vergunde standplaats uitbaat.
Artikel 3: plaatsrecht
Een machtiging kan worden aangevraagd voor het plaatsrecht op het openbaar domein op locaties 1, 2 en 4 opgesomd in artikel 1 van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten, op het openbaar domein en op rondtrekkende wijze.
De afgegeven machtiging geeft aanleiding tot een retributie voor inname van het openbaar domein ten behoeve van frietkramen met vaste verkooppunten.
Voor retributies voor locaties 3, 5, 6 en 7 in bovengenoemd artikel wordt verwezen naar het retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding en vergoeding voor gebruik van elektriciteit voor een standplaats op openbaar domein voor ambulante activiteiten.
Artikel 4: tarief en verschuldigd bedrag
De retributie voor inname van het openbaar domein op een standplaats ten behoeve van frietkramen en foodtrucks met vaste verkooppunten, wordt vastgesteld op:
Het verschuldigde bedrag voor een locatie wordt gebaseerd op het aantal strekkende meters opgegeven door de aanvrager van de machtiging en het aantal relevante kwartalen dat de machtiging wordt verleend.
Artikel 5: inningsprocedure
De retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden na goedkeuring van de machtiging. De eerste retributie dient betaald te worden voor het verkrijgen van de machtiging.
De retributie voor de resterende machtigingsperiode zal geïnd worden via een factuur die jaarlijks verzonden zal worden aan het begin van het kalenderjaar.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen.
Artikel 6: beëindiging
Wanneer een standplaatshouder zijn machtiging of aansluiting opzegt en het jaar is niet volledig gedekt, wordt het aantal niet relevante vooruitbetaalde kwartalen terugbetaald.
Wanneer een standplaatshouder bij inbreuk van onderhavig reglement verwijderd wordt of wanneer hij afwezig blijft, zullen retributies in geen geval, noch geheel, noch gedeeltelijk, terugbetaald worden.
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op vaststelling standplaatsvergoeding en vergoeding voor gebruik elektriciteit voor een standplaats op openbaar domein voor ambulante activiteiten op locaties 3, 5, 6 en 7 omschreven in art. 1 van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten, op het openbaar domein en op rondtrekkende wijze.
Voor locaties 1, 2 en 4 in dit artikel wordt verwezen naar het retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding voor frietkramen met vaste verkooppunten op het openbaar domein.
De gemeente heeft enkele standplaatsen voor ambulante handel, waar kramen een machtiging kunnen krijgen om handelswaren te verkopen. Ook is het mogelijk een machtiging te verkrijgen voor rondrijdende verkoop.
Om tegemoet te komen aan de kosten voor de inname van het openbaar domein en eventueel verbruik van elektriciteit die door de gemeente op aanvraag ter beschikking wordt gesteld, wordt een retributie geheven. Voor de standplaatsvergoeding is rekening gehouden met de grootte van de kraam en het aantal vergunde standplaatsdagen.
De gemeente waardeert de bestaande ambulante handel en wil deze behouden. Op dit moment zijn er geen ambulante handelaars in Machelen gemachtigd op de aan deze retributie gebonden locaties, maar de gemeente wil de deur open houden voor geïnteresseerde ondernemers. Daarom is de standplaatsretributie verlaagd met betrekking tot de vorige periode.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding en vergoeding voor gebruik van elektriciteit voor de standplaats op openbaar domein voor ambulante activiteiten
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op standplaatsen op het openbaar domein voor ambulante activiteiten en het gebruik van elektriciteit voor deze standplaats.
Artikel 2: heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de standplaatshouder, dat wil zeggen, de entiteit die voor de standplaats gemachtigd is.
Artikel 3: plaatsrecht en terbeschikkingstelling van gemeentelijke aansluitkast
§1. Plaatsrecht
Een machtiging kan worden aangevraagd voor het plaatsrecht op het openbaar domein op locaties 3, 5, 6 en 7 opgesomd in artikel 1 van het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten, op het openbaar domein en op rondtrekkende wijze.
De afgegeven machtiging geeft aanleiding tot een retributie voor inname van het openbaar domein ten behoeve van de ambulante handel.
Voor retributies voor locaties 1, 2 en 4 in bovengenoemd artikel wordt verwezen naar het retributiereglement vaststelling standplaatsvergoeding voor frietkramen met vaste verkooppunten op het openbaar domein.
§2. Terbeschikkingstelling van gemeentelijke aansluitkast
Bij het machtiging voor inname van een standplaats, kan een terbeschikkingstelling van een gemeentelijke aansluitkast voor elektriciteit ten behoeve van de ambulante handel worden vergund.
De beschikkingstelling geeft aanleiding tot een retributie voor de elektriciteitsleveringen in laagspanning op een openbare plaats op haar grondgebied.
Artikel 4: tarief en verschuldigd bedrag
§1. Plaatsrecht
De retributie voor een standplaats op openbaar domein, omschreven in het reglement met betrekking tot ambulante activiteiten op de openbare markten, op het openbaar domein en op rondtrekkende wijze, wordt vastgesteld op:
Artikel 5: inningsprocedure
De retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden na goedkeuring van de aanvraag. De eerste retributie dient betaald te worden voor het verkrijgen van de machtiging.
De retributie voor de resterende vergunde periode wordt per kwartaal geïnd, aan het begin van het kwartaal.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 6: beëindiging
Wanneer een standplaatshouder bij inbreuk van onderhavig reglement verwijderd wordt of wanneer hij afwezig blijft, zullen retributies in geen geval, noch geheel, noch gedeeltelijk, terugbetaald worden.
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op de huur van chalets en standen tijdens de wintermarkt.
Het heffen van een retributie is verantwoord gezien de gemeente kosten maakt voor het huren en plaatsen van chalets, alsook de logistieke ondersteuning en organisatie van de wintermarkt. Het gekozen tarief staat in verhouding tot de geleverde prestatie en werd behouden zoals in het vorig reglement, gezien dit als correct en billijk wordt beschouwd. Een vrijstelling of vermindering van de retributie kan eventueel gegeven worden aan huurders die een activiteit of handel zonder winstoogmerk voorzien of aan huurders die een activiteit of handel voorzien waarvan de winst aan een goed doel wordt geschonken.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement voor 2 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
“Retributiereglement voor huur chalets wintermarkt
Artikel 1: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op de huur van chalets en standen tijdens de wintermarkt.
Artikel 2: de retributie is verschuldigd door de huurder van de kerstchalet of standplaats.
Artikel 3:
Artikel 4: een vrijstelling of vermindering van de retributie kan, mits goedkeuring van het college van burgemeester en schepenen, gegeven worden aan:
Artikel 5: de retributie zal geïnd worden via factuur.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatst goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 6: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Artikel 7: vrijstelling of terugbetaling van de retributie is mogelijk in geval van gewettigde afwezigheid, met bewijsstuk, zoals medische attesten of overmachtssituaties."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op het gebruik van de zalen en lokalen van GC 't Kwadrant.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement voor 10 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement en reglement van inwendige orde voor het gebruik van de gemeentelijke culturele infrastructuur van GC 't Kwadrant
Artikel 1: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van de zalen en lokalen van GC 't Kwadrant.
Artikel 2: de retributie is verschuldigd voor elke gebruiker volgens de retributietabel onder artikel 16 van dit reglement.
Artikel 3: de betaling gebeurt binnen de 30 dagen na ontvangst van de factuur door de gebruiker.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet-fiscale vorderingen.
Artikel 4: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Hoofdstuk 1: Inwendige orde
Het reglement van inwendige orde (hierna “het reglement”) heeft tot doel de goede exploitatie (met name de veiligheid, de orde, de zedelijkheid en de hygiëne) van de inrichting (in de meest ruime zin begrepen) te verzekeren.
Dit reglement wordt toegepast op de zalen, sanitaire ruimtes, toegangsruimten en bergruimtes in volgende inrichtingen:
Voor de organisatie van bals, fuiven en dansavonden wordt er verwezen naar de evenementenzaal van Bosveld. Het is verboden om in de theaterzaal activiteiten te organiseren die geen betrekking hebben op podiumvoorstellingen en schade zouden kunnen berokkenen aan de technische uitrusting of tribune.
Eetavonden met gebruik van warme keuken kunnen enkel in de Bosveld polyvalente zaal georganiseerd worden. In de zalen van GC t Kwadrant, noch in gangen of bergruimtes, mag er kookapparatuur geplaatst worden.
In de theaterzaal van GC ’t Kwadrant kan er gebruik gemaakt worden van het aanwezige technisch materiaal, dit kan enkel door bediening van een technisch medewerker. Indien hierop beroep wordt gedaan zal er een eenmalige kost van 70,00 euro aangerekend worden.
Artikel 6: openingsuren en gebruikersrooster
De openingsuren, de sluitingsdagen en het gebruiksrooster hangen uit in de inrichting. Alle aankondigingen gebeuren in het Nederlands. De beheerder en de verantwoordelijken zullen voor hun contacten en de communicatie met de gebruikers zich steeds van de Nederlandse taal bedienen. De inrichting is toegankelijk tijdens de vastgestelde openingsuren en overeenkomstig het gebruiksrooster. Buiten de publieke openingsuren kan enkel toegang verkregen worden tot de inrichting dan na het afsluiten van een gebruikersovereenkomst met de beheerder.
Artikel 7: procedure en voorwaarden voor reservaties
De gebruiker dient het gebruik aan te vragen in het reservatiesysteem.
De toegekende uren worden pas definitief vanaf het ogenblik dat deze werden goedgekeurd in het systeem.
De beheerder behoudt zich te allen tijde het recht voor om de inrichting geheel of gedeeltelijk te sluiten en de reservaties te annuleren voor zolang als nodig en zonder enig recht op schadevergoeding, in geval van:
De beheerder kondigt deze gebeurtenissen en werken, indien mogelijk, tijdig aan via affichering in de inrichting.
Artikel 8: vergoedingen en annulering
De vergoeding wordt door de beheerder bepaald in overeenstemming met het op datum van de gebruikersovereenkomst vigerende tariefreglement waarvan de gebruiker verklaart het te kennen. Het tariefreglement is te raadplegen op de gemeentelijke website, het reservatiesysteem en geafficheerd in de inrichting.
De vergoeding wordt gefactureerd na gebruik en moet door de gebruiker betaald worden binnen de 30 dagen na factuurdatum. De factuur wordt ter betaling gezonden naar het door de gebruiker opgegeven adres via het reservatieplatform.
Bij niet-tijdige betaling van de openstaande facturen door de gebruiker, is deze laatste van rechtswege en zonder voorafgaande ingebrekestelling administratiekosten verschuldigd, zoals bepaald in het tariefreglement. De beheerder behoudt tevens het recht om in dit geval de verdere toegang en gebruik van de infrastructuur te weigeren.
Alle vergoedingen en kosten voor gebruik van de infrastructuur door de niet-particuliere gebruiker (onder de vorm van verenigingen, clubs, scholen, groepen) die onbetaald blijven, worden gevorderd van de aanvrager/contactpersoon van de niet-particuliere gebruiker.
Annulering van gereserveerde uren door de gebruiker, geeft aanleiding tot het verschuldigd zijn van de gebruikersvergoeding, tenzij deze annulatie tijdig gebeurt door de gebruiker. Een annulering door de gebruiker ontvangen meer dan 4 werkdagen voor de gereserveerde uren, is een geldige annulatie. Deze annulatie dient te gebeuren via het reservatie-systeem.
De gebruiker kan zich gedurende de looptijd van de gebruikersovereenkomst op voorgaande bepaling beroepen. Vanaf een derde keer herhaaldelijke of systematische tijdige annulatie van een reservatie door de gebruiker, zal deze een schriftelijke verwittiging krijgen van de beheerder. Vanaf een daaropvolgende inbreuk kunnen sancties worden toegepast.
De beheerder streeft een optimale bezetting van de infrastructuur na en wenst dat elke reservatie ook effectief wordt gebruikt. Indien uit controle blijkt dat gereserveerde uren drie maal herhaaldelijk niet gebruikt worden, zal de gebruiker een schriftelijke verwittiging krijgen van de beheerder. Vanaf een daaropvolgende inbreuk kunnen sancties worden toegepast.
Artikel 9: aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid
De beheerder draagt geen verantwoordelijkheid voor de ontvreemding van en de beschadiging aan voorwerpen van gebruikers en bezoekers. De gebruikers en hun begeleiders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen. Een individuele gebruiker met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld epilepsie, hartklachten, suikerziekte) moet daarvan tenminste medegebruikers en/of het door de beheerder aangestelde personeel op de hoogte brengen.
De gebruiker ziet erop toe dat zijn leden, leraren en begeleiders de veiligheidsvoorschriften (laten) toepassen en organiseert hier actief toezicht op.
De gebruiker verklaart kennis te hebben van de evacuatierichtlijnen en de inhoud die geafficheerd zijn in de inrichting.
De gebruiker verbindt er zich toe alle nodige verzekeringen af te sluiten ter dekking van alle mogelijke gevolgen die zich voordoen naar aanleiding van de toegang tot en het gebruik van de accommodatie.
Indien de gebruiker beschikt over een badge of sleutel, aanvaart deze de verantwoordelijkheid om in te staan voor het openen voor en het sluiten na de aan hem toegekende gebruikersuren. Voor het gebruik wordt verlichting ontstoken door de gebruiker, indien niet geautomatiseerd. Na het gebruik worden alle tussendeuren afgesloten en lichten gedoofd indien niet geautomatiseerd.
Bij het verstrijken van de sleutelovereenkomst wordt de sleutel/badge spontaan terugbezorgd aan de beheerder.
De gebruiker draagt de verantwoordelijkheid voor de schade aangebracht aan de inrichting. Schade dient ten laatste de eerstvolgende werkdag gemeld te worden via een e-mail aan vrijetijd@machelen.be.
Indien de gebruiker vóór ingebruikname bemerkingen en tekorten aan de infrastructuur opmerkt, moet hij deze kenbaar maken aan de beheerder via een e-mail aan vrijetijd@machelen.be.
De melding moet vergezeld zijn van bewijsstukken bv. foto’s.
Indien schade, tekorten niet of niet-tijdig gemeld worden, of de infrastructuur niet proper of niet gesloten aangetroffen wordt door de beheerder, zal deze verhaald worden op de laatste gebruiker vóór de vaststelling van de schade of tekorten.
Bij het gebruik van muziek door de gebruiker, is de regelgeving van Unisono inzake SABAM en Billijke Vergoeding te respecteren en te betalen door de gebruiker.
De gebruiker geeft in de lokalen gevonden ‘verloren’ voorwerpen af aan het aanwezig personeel of plaatst het in de hiervoor voorziene ruimte.
Indien een gebruiker bergruimte kreeg toegewezen in de gebruikersovereenkomst mag hier eigen materiaal slotvast afgesloten worden. De beheerder behoudt het recht steeds toegang te hebben tot deze ruimten. De beheerder is niet verantwoordelijk voor schade, diefstal of verlies aan het opgeslagen materiaal.
Het is de gebruiker verboden om zonder toestemming van de beheerder publiciteit te plaatsen aan de inrichting en al dan niet vergoedingen hiervoor te verkrijgen.
Artikel 10: gebruik
De gebruiker mag geen andere bestemming geven aan de in gebruik gegeven delen van de accommodatie dan deze vermeld in de gebruikersovereenkomst.
Het is de gebruiker niet toegestaan een aparte naamgeving te voorzien voor de inrichting, wijzigingen aan te brengen aan de accommodatie of bijkomende inrichting te voorzien in de infrastructuur.
Het is de gebruiker niet toegestaan de ter beschikking gekregen delen van de accommodatie, al dan niet tegen vergoeding, aan anderen ter beschikking te stellen.
Kinderen van minder dan achttien jaar moeten steeds vergezeld zijn van een toezichthoudende die actief toezicht houdt tijdens de volledige duur van het gebruik van de inrichting.
De gebruiker houdt zich aan het maximum toegelaten personen dat toegang heeft tot de inrichting indien dit aantal geafficheerd is in de accommodatie. Indien de gebruiker op voorhand vermoedt dat dit aantal overschreden zal worden, dient voorafgaandelijk een goedkeuring van de beheerder worden gevraagd.
Om autonoom toegang te krijgen tot de inrichting kan de gebruiker sleutels en/of badges ter beschikking krijgen. De gebruiker dient hiervoor per sleutel/badge een sleutelovereenkomst aan te gaan.
Deze overeenkomst specifieert de verantwoordelijkheden van het gebruik en de gebruiksduur van de sleutel/badge.
Artikel 11: verblijf
De gebruiker draagt zorg voor de inrichting en laat deze na gebruik op behoorlijke wijze en in dezelfde staat achter zoals hij deze ontvangen heeft. Bij het gebruik van de ruimten wordt de nodige zuinigheid in acht te genomen op vlak van elektriciteits-, gas- en waterverbruik. De ruimten worden net gehouden én gebruiksklaar achtergelaten. Hieronder verstaan we dat:
Het gebruikte materiaal wordt onbeschadigd en op de juiste plaats teruggeplaatst zodat de zalen de gebruiksklaar zijn voor een volgende gebruiker.
Iedere gebruiker gedraagt zich op een wijze dat de veiligheid, de orde, de zedelijkheid en de hygiëne wordt bevorderd. Dit betekent dat volgende richtlijnen door de gebruikers dienen nageleefd te worden:
Artikel 12: dranken
De beheerder kan aan de gebruiker opleggen om dranken, aangeboden of verkocht in de lokalen, af te nemen bij een bepaalde leverancier.
Bij niet-naleving van deze verplichting kan door de drankenleverancier een boete opgelegd worden zoals bepaald in de met de gemeente gemaakte concessieovereenkomsten.
De contactgegevens van de aangestelde drankenleverancier voor de lokalen van GC ‘t Kwadrant staan vermeld op het reservatieplatform.
Artikel 13: verplichtingen van de gebruiker en de beheerder
De beheerder heeft het recht om elke persoon die een gevaar dreigt op te leveren voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezigen, de toegang tot de inrichting te verbieden. Zo kan onder meer de toegang worden geweigerd aan personen in staat van dronkenschap of enige andere vorm van intoxicatie, personen die de orde verstoren, personen die dit reglement niet naleven, personen in onzindelijke toestand, personen met niet geheelde wonden en personen lijdend aan besmettelijke kwalen. Desgevallend kan de beheerder een medisch attest eisen waaruit blijkt dat de volksgezondheid niet in het gedrang komt.
Bij weerspannigheid kan de politie opgeroepen worden. In voorkomend geval (bijvoorbeeld diefstal, slagen en verwondingen) wordt de politie onverwijld op de hoogte gesteld van de feiten.
Artikel 14: sancties
Schade toegebracht aan de inrichting en aan materialen moet door de gebruiker of diegene die daarvoor aansprakelijk is, worden vergoed.
Bij inbreuken tegen voorgenoemde artikels kunnen volgende financiële sancties gehanteerd worden:
Deze sancties kunnen toegepast worden op zowel individuele personen of als op groepen. Deze beslissingen worden genomen door de Beheerder. De beslissing tot tijdelijke of definitieve ontzegging wordt per aangetekend schrijven ter kennis gebracht aan de betrokkene(n).
Artikel 15: instructies
Het door de beheerder aangeduide personeel is belast met de uitvoering van het reglement.
De gebruikers moeten te allen tijde de richtlijnen van het aangeduide personeel door de beheerder opvolgen. In geval van niet naleving van de voorafgaande richtlijnen kan het door de beheerder aangestelde personeel de verdere toegang tot de inrichting verbieden.
Hoofdstuk 2: Gebruikscategorieën en retributie
Artikel 16: gebruikerscategorieën en tarieven
| Gebruikerscategorie |
Theaterzaal |
Campinezaal |
Blaironzaal |
Mommaertszaal |
| Erkende vereniging |
€ 200,00 |
€ 100,00 |
€ 50,00 |
€ 50,00 |
| Verenigingen/organisatie met receptief aanbod voor doelgroepen |
€ 250,00 |
€ 150,00 |
€ 100,00 |
€ 75,00 |
| Bedrijven, handelaars en andere |
€ 900,00 |
€ 600,00 |
€ 400,00 |
Niet mogelijk |
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op de UiTPAS.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 1 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement UiTPAS Noordrand
Artikel 1: Doelstelling
De UiTPAS, een initiatief van de Vlaamse overheid, is een vrijetijdskaart die de participatie aan cultuur-, jeugd-, sport- en andere vrijetijdsactiviteiten stimuleert voor iedereen.
Artikel 2: Toepassingsgebied
2.1 IGS Cultuur Noordrand
De UiTPAS Noordrand wordt uitgerold door de gemeenten die deel uitmaken van de Intergemeentelijke samenwerking (IGS) Noordrand.
Het hoofddoel is om door overleg en samenwerking tussen de diverse vrijetijdsactoren in de regio een toegankelijke en kwaliteitsvolle vrijetijdswerking te realiseren, waaraan alle inwoners kunnen participeren.
2.2 Vrijetijdsactiviteiten
Alle houders van een UiTPAS Noordrand kunnen punten sparen door deel te nemen aan activiteiten die opgenomen zijn in het UiTPAS-programma van Cultuur Noordrand.
Artikel 3: Tarieven
Het aankooptarief voor de UiTPAS Noordrand bedraagt:
Artikel 4: Algemene voorwaarden
4.1 Aankoop UiTPAS Noordrand
4.2 Betalingsmodaliteiten
4.3 Voorwaarden voor de doelgroep met een kansentarief
Personen die voldoen aan een van onderstaande criteria hebben recht op het kansentarief van de UITPAS:
De toekenning van de UiTPAS met het kansentarief en de bijhorende korting geldt telkens voor één jaar waarna een nieuwe controle en toekenning gebeurt.
Minderjarige kinderen die ingeschreven staan in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister bij een ouder die voldoet aan bovenstaande criteria, komen ook in aanmerking voor de UiTPAS Noordrand met kansentarief.
De sociale dienst van het lokaal bestuur van de woonplaats van de houder van de UiTPAS wordt gemachtigd om het sociaal onderzoek uit te voeren indien nodig.
Persoonsgegevens in kader van de aankoop van de UiTPAS met kansentarief worden verwerkt volgens de privacyverklaring die terug te vinden is op de gemeentelijke website
Bij deelname aan een vrijetijdsactiviteit in de Vrijetijdsregio Noordrand met de UiTPAS Noordrand met kansentarief krijgt de pashouder een korting van 80% op het standaardtarief, conform de solidaire kostenregeling:
Artikel 5: Punten sparen met de UiTPAS
Op verschillende locaties binnen de gemeente Machelen waar er (boven)gemeentelijke vrijetijdsactiviteiten doorgaan kunnen punten gespaard worden bij deelname aan een gemeentelijke activiteit aan een UiTPASzuil.
Er is ook de mogelijkheid om naar aanleiding van evenementen of vrijetijdsactiviteiten een mobiele spaarzuil op een andere locatie te plaatsen.
Artikel 6: Welkomst- en omruilvoordelen
§1. Welkomstvoordelen zijn éénmalige voordelen die bij de aankoop van de UiTPAS Noordrand toegekend worden aan de pashouders.
§2. Bij omruilvoordelen worden gespaarde punten ingeruild voor een korting, cadeau of ander voordeel. Deze kunnen tijdelijk of permanent van aard zijn. De gespaarde UiTPAS-punten kunnen ingeruild worden binnen en buiten de Vrijetijdsregio Noordrand.
§3. Binnen de schoot van de Vrijetijdsregio Noordrand wordt zowel inzake welkomst- als omruilvoordelen een puntenkader uitgewerkt waar Machelen zich bij aansluit. In het kader van promotie-acties kunnen hier tijdelijke en lokale voordelen aan toegevoegd worden.
§4. De omruilvoordelen kan je steeds inkijken op de website van UiTPAS.
Artikel 7: Geschillen
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om te oordelen in geval van geschillen.
Artikel 8: Inwerkingtreding
Dit retributiereglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 9: het reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop ze werden aangenomen als de datum waarop ze op de webtoepassing bekendgemaakt werden.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op fietslessen voor volwassenen.
De retributie voor de organisatie van fietslessen voor volwassenen dient vastgesteld te worden voor de legislatuur 2026-2031.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 200,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor de organisatie van fietslessen volwassenen
Artikel 1: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 wordt een retributie geheven op de organisatie van fietslessen voor volwassen.
Artikel 2: tarief
Elke ingeschreven deelnemer betaalt 14,00 euro voor een pakket van 15 lessen.
Artikel 3: inschrijvingsprocedure
De deelnemer vult het inschrijvingsformulier in. Hij krijgt, afhankelijk van de groepsgrootte een uitnodiging voor het inschrijfmoment dat vooraf gaat aan de lessen. Op het inschrijfmoment is er een kort gesprek ten behoeve van een impactanalyse en dient het tarief te worden voldaan.
Artikel 4: inningsprocedure
De retributie wordt contant geïnd bij inschrijving tegen de afgifte van een betaalbewijs.
Artikel 5: terugbetaling retributie
§1. Er kan geen terugbetaling gevraagd worden tenzij de deelnemer in de periode tussen betaling (op het inschrijvingsmoment) en voor de derde les moet afhaken.
§2. Een officieel document moet de reden van niet-deelname motiveren. Dit kan een doktersattest zijn of een dringende familiale omstandigheid, of de start van een tewerkstelling tijdens de uren van de fietslessen. Dit officieel document kan tot één week na het einde van de betreffende fietslessen worden ingediend bij het lokaal bestuur Machelen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Artikel 6: vrijstelling van retributie
Indien de deelnemer cliënt is van het OCMW Machelen en reeds leefloon of aanvullende steun ontvangt, volstaat schriftelijke interne communicatie door de toegewezen maatschappelijke assistent om vrijgesteld te worden van retributie.
Artikel 7: voorrangsregel
Inwoners van de gemeente Machelen krijgen voorrang. Het aantal deelnemers is steeds beperkt tot het aantal vrijwilligers die de lessen mee begeleiden."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op visvergunningen.
De retributie voor het verkrijgen van een visvergunning dient vastgelegd te worden voor de dienstjaren 2026 tot en met 2031.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 1 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor visvergunningen
Artikel 1: toepassingsgebied en geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor de aanschaf van visvergunningen.
Het verkrijgen van een visvergunning verleent het recht om te vissen op de vijver van Marga, onverminderd andere wettelijke, decretale bepalingen en elementen uit het gemeentelijk visreglement.
Artikel 2: heffingsplichtige
De gemeente reikt twee soorten visvergunningen uit:
De individuele visvergunning is geldig van 1 januari van het jaar waarin zij uitgereikt wordt tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar.
Artikel 3: tarief
De retributie met betrekking tot de individuele visvergunning wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 4: visvergunningen aan erkende vissersclubs:
Deze vergunningen zijn enkel geldig tijdens de door de bepaalde erkende vissersclub georganiseerde wedstrijden.
De club overhandigt deze vergunning, met vermelding van de datum waarop zij geldig is, aan de betrokkene, niet in het bezit van een individuele visvergunning zoals bepaald in artikel 3, die tijdens het vissen op elk ogenblik in het bezit van de vergunning moet blijven.
De retributie voor dit pakket van visvergunningen zoals beschreven in artikel 4 b. bedraagt 25,00 euro.
Artikel 5: inningsprocedure
De retributie wordt contant geïnd bij het afhalen van de visvergunning tegen de afgifte van een betaalbewijs.
Artikel 6: inbreuken op de regeling inzake visvergunningen, worden bestraft met de sancties zoals voorzien in het gemeentelijk visreglement."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 27 554,87 euro.
Het totaalbedrag is gelijk aan de optelsom voor enerzijds het deel gas (4 884,19 euro) en anderzijds het deel elektriciteit (22 660,68 euro).
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
“Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein
Artikel 1: algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code van Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet goed verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschap en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Artikel 2: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2028 wordt een retributie geheven op werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein.
Artikel 3: heffingsplichtige
Het bedrag werd forfaitair vastgelegd op 27 554,87 euro per kalenderjaar, dat betaald wordt door Fluvius.
Artikel 4: retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 5: retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd voor het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij voor 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 6: inningsprocedure
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Artikel 8: definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 12 700,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
“Retributiereglement op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein
Artikel 1: algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code van Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
De retributie is niet goed verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschap en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Artikel 2: geldigheidsduur
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
Artikel 3: heffingsplichtige
Het bedrag werd forfaitair vastgelegd op 12 700,00 euro per kalenderjaar, dat betaald wordt door Farys.
Artikel 4: retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus. Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 5: retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,50 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de gemeente. Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd voor het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij voor 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de gemeente.
Artikel 6: inningsprocedure
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen
Artikel 7: bezwaren worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen.
Artikel 8: definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het decreet lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.”
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie op vergunningen van tijdelijke innames van het openbaar domein (parkeerverbod, plaatsen van eens telling, plaatsen van een container, ...).
De tijdelijke inname van het openbaar domein brengt kosten mee voor het gemeentebestuur (plaatsen borden, handhaving, afleveren signalisatievergunning...). Hiervoor wordt een retributie aangerekend aan de aanvrager.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement van 80 000,00 euro.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
“Retributiereglement voor vergunningen van de tijdelijke innames van het openbaar domein
Artikel 1: van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven op tijdelijke innames van het openbaar domein.
De retributie wordt geheven op:
Indien deze werken kaderen in een omgevingsvergunning of een omgevingsvergunningsaanvraag, is het verplicht het (dossier)nummer van de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningsaanvraag mee te delen.
Artikel 2: de retributieplichtige is de aanvrager van de vergunning tot inname van het openbaar domein.
Indien geen aanvraag werd ingediend zal de retributie ambtshalve gevestigd worden ten laste van de rechtspersoon of natuurlijke persoon die het openbaar domein inneemt en als deze niet gekend is ten laste van de eigenaar(s) van het perceel waar de werken worden uitgevoerd.
Allen zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de retributie.
Artikel 3: het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op:
Elke aanvraag inzake tijdelijke inname openbaar domein zoals omschreven in artikel 1 dient te gebeuren minimaal 5 werkdagen voordat de inname openbaar domein van start gaat.
De aanvraag dient correct en volledig te worden ingediend.
In uitzonderlijke gevallen en gevallen van overmacht, waarbij het uitzonderlijk karakter en/of de overmacht dient geargumenteerd aangetoond te worden door de aanvrager, kan afgeweken worden van de 5 werkdagen. Wanneer de afwijking wordt aanvaard en de vergunning wordt verleend gebeurt dit mits een extra retributie van 25,00 euro. De al dan niet aanvaarding van het uitzonderlijk karakter en/of overmacht behoort tot de appreciatiebevoegdheid van de door het gemeentebestuur hiertoe aangestelde. Indien plaatsing van parkeerverbodsborden noodzakelijk blijkt dient de aanvraag met een absolute minimum van 3 werkdagen te worden ingediend.
De aanvraag voor signalisatievergunningen dient 10 werkdagen voor aanvang van de werken ingediend te worden.
Voor elke ingediende vergunningsaanvraag is de betaling van de retributie verplicht, ook wanneer de vergunning later wordt geannuleerd.
Wanneer de oorspronkelijk vergunde termijn wordt verkort geeft dit geen recht op (gedeeltelijke) terugvordering van de retributie.
De retributie is opeisbaar voor de ganse duur van de inname.
Artikel 4: worden vrijgesteld van de retributie: tijdelijke inname(s) van het openbaar domein ten gevolge van:
Artikel 5: de retributie zal geïnd worden via een factuur die verzonden zal worden de maand na het einde van de inname.
De factuur wordt betaald na ontvangst, door overschrijving op de bankrekening van de gemeente Machelen.
Bij laattijdige betaling zal de verschuldigde retributie geïnd worden volgens de regels beschreven in de laatste goedgekeurde versie van het retributiereglement voor terugvordering aanmaningskosten voor fiscale en niet fiscale vorderingen.
Artikel 6: schade veroorzaakt aan het openbaar domein en de daaruit vloeiende herstellingskosten staan los van de betaalde retributie.
Artikel 7: de vergunningen voor de tijdelijke innames van het openbaar domein die worden afgeleverd geeft de aanvrager geen onherroepelijke vergunning, noch op erfdienstbaarheid op het openbaar domein.
Op het eerste bevel van de bevoegde overheid, moet de aanvrager het toegestane gebruik van de inname(s) van het openbaar domein verwijderen of verminderen.
Uit deze afschaffing of vermindering vloeit geen enkel recht van aanspraak op vergoeding van de bevoegde overheid voort.
Wanneer er aan het bevel geen gevolg wordt gegeven, zal ambtshalve zonder nieuwe kennisgeving, tot de verwijdering van de inname overgegaan worden op kosten van de aanvrager of van de eigenaar(s) van het perceel.
De vergunningen worden verleend onder voorbehoud der rechten van derden en op risico van de belanghebbenden.
Artikel 8: de plaatsing van parkeerverbodsborden in functie van innames van het openbaar domein valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur.
Artikel 9: de vergunning met betrekking tot het tijdelijk innemen van het openbaar domein dient op een vanop het openbaar domein zichtbare locatie te worden opgehangen.
Artikel 10: bewaren kunnen ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen."
Deze beslissing regelt het heffen van een retributie om werken uit te voeren aan het openbaar domein op vraag van derden. Deze werken veroorzaken kosten voor de gemeente, deze kosten worden verhaald op de aanvrager.
Het leveren van prestaties en materiaal aan derden bij een aanpassing van het openbaar domein brengt kosten met zich mee voor de gemeente. Via deze retributie kunnen die kosten teruggevorderd worden bij de aanvrager.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor dit retributiereglement.
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend retributiereglement goed:
"Retributiereglement voor prestaties en levering van materiaal aan derden bij aanpassingen aan het openbaar domein op vraag van derden
Artikel 1: definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder het uitvoeren van werken op het openbaar domein:
Artikel 2: geldigheid
Van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor prestaties en levering van materiaal aan derden bij aanpassingen aan het openbaar domein op vraag van derden.
Artikel 3: heffingsplichtige
De retributie is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 4: tarief
De tarieven zijn als volgt:
A. Personeelskost
De gemeente Machelen-Diegem heeft een reglement voor vestiging van opcentiemen op de onroerende voorheffing. Dit reglement loopt t.e.m. 31 december 2025. Vanaf aanslagjaar 2026 is het wenselijk om dit reglement te hernieuwen, gezien de hervorming van de gemeentelijke belastingen. Tot op heden bedroegen de opcentiemen voor alle partijen 692 opcentiemen. Gezien de hoge administratieve lasten voor zowel het bestuur, als de ondernemers en een verouderde tarifering bedrijfsbelasting en bouwbelasting is het aangewezen om deze in te kantelen in de onroerende voorheffing. De differentiatie opcentiemen zorgen voor een betere spreiding van de bijdrage aan het financieel welzijn van de gemeente. Tevens laat dit toe op een administratief eenvoudige manier een stabiele inkomstenstroom voor de gemeente Machelen-Diegem te waarborgen.
Het getrapt systeem van differentiatie is opgebouwd op basis van het belastbaar KI. Daardoor dragen de meest kapitaalkrachtigen, in termen van onroerend goed, in verhouding meer bij tot de noden van de samenleving waar ze de dienstverlening en infrastructuur van gebruiken. Het is niet onredelijk om te stellen dat die vraag in de regel ook evenredig toeneemt met het KI, aangezien dit een indicatie van het economisch nut is van het goed.
In het voorstel van het college van burgemeester en schepenen wordt het algehele basistarief voor de opcentiemen in Machelen-Diegem licht verhoogd naar 725 opcentiemen.
De basis categorie (percelen met een belastbaar KI kleiner dan 2 000,00 euro) onroerende goederen voor 2026-2031 bedraagt vervolgens 725 opcentiemen.
In de volgende categorieën worden de opcentiemen verhoogd naar respectievelijk: 761,20, 795,80 en 813,10.
Ten slotte, voor de grootste percelen (Categorie 4) met een belastbaar KI groter en gelijk aan 300 000,00 euro worden de opcentiemen verhoogd tot 839,96 euro.
De verhoging en differentiatie van de opcentiemen boven de 725 is een maatregel voor de gemeente Machelen-Diegem, die dient om onderstaande bestaande belastingen te compenseren ter waarde van 1 541 963,15 euro:
De totale inkomsten uit opcentiemen onroerende voorheffing worden voor het relevante fiscale jaar 2025 geraamd op 14 680 595,44 euro.
De differentiatie wordt mogelijk gemaakt door het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, en het sinds 2019 toelaat een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen onroerende voorheffing toe te passen.
De differentiatie opcentiemen zal volgende tarieven bevatten:
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| Basis |
725 |
Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan 2 000,00 euro |
| Categorie 1 |
761,20 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen 2 000,00 en 20 000,00 euro |
| Categorie 2 |
795,80 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar Ki tussen 20 000,00 en 120 000,00 euro |
| Categorie 3 |
813,10 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar KI tussen 120 000,00 en 300 000,00 euro |
| Categorie 4 |
839,96 |
Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar KI groter en gelijk aan 300 000,00 euro |
Aangezien de inning van deze belasting verloopt via Vlabel, werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid. Op 7 oktober 2025 hebben wij het positief advies ontvangen dat als bijlage bij dit punt wordt gevoegd.
In het meerjarenplan is een jaarlijkse opbrengst voorzien voor deze gemeentelijke opcentiemen van 14 980 595,44 euro.
Artikel 1: er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| Basis |
725 |
Basis opcentiemen: belastbaar KI kleiner dan 2 000,00 euro |
| Categorie 1 |
761,20 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 1: belastbaar KI tussen 2 000,00 en 20 000,00 euro |
| Categorie 2 |
795,80 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 2: belastbaar Ki tussen 20 000,00 en 120 000,00 euro |
| Categorie 3 |
813,10 |
Opcentiemen voor grote percelen – schijf 3: belastbaar KI tussen 120 000,00 en 300 000,00 euro |
| Categorie 4 |
839,96 |
Opcentiemen voor grootste percelen – schijf 4: belastbaar KI groter en gelijk aan 300 000,00 euro |
Artikel 2: de vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
De belasting op huizen voor erotische lichaamsverzorging, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De belasting op huizen voor erotische lichaamsverzorging moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
De gemeente streeft een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk na over alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd om een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente.
Er bevinden zich verschillende huizen voor erotische lichaamsverzorging op het grondgebied van de gemeente die voor overlast zorgen: lawaai, algemeen onveiligheidsgevoel, parkeeroverlast, … De overlast aan de gemeente brengt meer politiewerk, een hogere bezetting van het openbaar domein in wijken en een verstoring van de rust in de gemeente met zich mee.
De aanwezigheid van huizen voor erotische lichaamsverzorging op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde, rust en zedelijkheid in de gemeente in het gedrang kunnen brengen.
Huizen voor erotische lichaamsverzorging zorgen in hun directe omgeving voor maatschappelijke overlast omdat hun openingsuren zich grotendeels situeren tijdens de nachtrust van de omwonenden. De bestrijding van overlast situeert zich zowel op het gebied van handhaving van de openbare orde, rust, de veiligheid, milieu als op de openbare reinheid. Door het heffen van een belasting kan een doordacht lokaal beleid gevoerd worden dat indijking van de overlast verzorgt en een bijdrage in de kosten voor de bestrijding van de overlast omvat.
De aanwezigheid van huizen voor erotische lichaamsverzorging op het grondgebied van de gemeente kan omwille van hun specifieke aard voor een verhoogde inzet aan veiligheidsdiensten zorgen.
De belasting is verantwoord door, enerzijds, de overlast voor omwonenden die veroorzaakt wordt door de aanwezigheid van de voormelde huizen en, anderzijds, door de kosten die gemaakt worden inzake toezicht door politie teneinde alert te zijn voor mogelijke verstoringen van de openbare veiligheid en rust.
Huizen voor erotische lichaamsverzorging belasten de politie en gemeentelijke diensten bij de handhaving van de openbare orde en openbare reinheid, gezondheid en milieu.
Het is billijk om een belasting op huizen voor erotische lichaamsverzorging vast te stellen als bijdrage in deze financiële last.
Gelet op de financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het huis voor erotische lichaamsverzorging huurt en de eigenaar van het huis voor erotische lichaamsverzorging wordt verantwoord in het kader van de responsabilisering voor het gebruik. De eigenaar en huurder zorgen immers voor de mogelijkheid om de betrokken activiteit uit te oefenen. De belasting kan de eigenaar en de huurder mede bewust maken van het verhoogd risico op overlast.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en zijn dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een belasting gevestigd op de huizen voor erotische lichaamsverzorging op het grondgebied van de gemeente Machelen-Diegem.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder ‘huis voor erotische lichaamsverzorging’: elke instelling, gebouw waar personen direct of indirect, diensten verlenen en hiermee de handel van de exploitant bevorderen, hetzij door met klanten te verbruiken, hetzij het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren, hetzij door erotische diensten aan te bieden, andere dan gewoon de klanten te bedienen voor eten en drinken.
Dit kan vastgesteld worden door:
Artikel 3: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd voor de natuurlijke persoon of rechtspersonen die een huis zoals in artikel 2 beschreven op het grondgebied van de gemeente uitbaat.
Indien de uitbater van bedoeld huis onbekend is, dan is de belasting respectievelijk verschuldigd door:
§2. De natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het pand, dienende tot huis zoals omschreven in artikel 2, huurt en de eigenaar van het pand dat gebruikt wordt als huis zoals omschreven in artikel 2, kunnen, per jaar en per uitbatingsplaats, hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de belasting die lasten de uitbater werd ingekohierd.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting wordt vastgesteld op 10 000,00 euro per jaar en per huis, zoals omschreven in artikel 2. De belasting wordt berekend per afzonderlijke vestiging.
De belasting is ondeelbaar. Ze is aldus verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van het in gebruik stellen of stopzetten van de inrichting of de overname van een bestaande inrichting.
Bij overname in de loop van het aanslagjaar, is de belasting in haar geheel opnieuw verschuldigd door de nieuwe uitbater en blijft de belasting, gesteld op de uitbater die de inrichting overdraagt, in haar geheel behouden.
Artikel 5: Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 30 september van het aanslagjaar per inrichting een afzonderlijke aangifte indienen bij het lokaal bestuur Machelen-Diegem - Financiële dienst - Woluwestraat 1 te 1830 Machelen, op een aangifteformulier dat het lokaal bestuur ter beschikking stelt.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronisch weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar secretariaat@machelen.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 6: Meldingen
De belastingplichtige moet elke wijziging, aanvang of stopzetting van een economische activiteit binnen de 10 dagen, uit eigen beweging, melden aan het lokaal bestuur Machelen-Diegem - Financiële dienst - Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of secretariaat@machelen.be.
Artikel 7: Controle en onderzoek
Het lokaal bestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 8: Administratieve boete
Het lokaal bestuur is te allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 euro wordt opgeleverd in geval van:
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
De betalingsverhoging bedraagt minimum 1 000,00 euro.
De betalingsverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10: Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post naar het lokaal bestuur Machelen-Diegem, College van Burgemeester en Schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 13: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 Decreet Lokaal Bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 betreffende het belastingreglement op huizen voor erotische lichaamsverzorging voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het belastingreglement inzake de heffing van een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting loopt ten einde op 31 december 2025 en moet omwille van de financiële toestand van de gemeente worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Het tarief blijft behouden op 5%.
De financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden noopt ertoe om deze belasting te heffen.
De gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente Machelen-Diegem op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 2: de belasting wordt vastgesteld op 5% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat belastingplichtige heeft verworven in het aanslagjaar van het voorafgaande jaar.
Artikel 3: de vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen gescheiden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 4: dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 5: de toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Deze beslissing regelt het heffen van een belasting op reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg.
Het belastingreglement op de reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2019, en gewijzigd op 29 juni 2022, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst deze belasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De financiële toestand van de gemeente vereist dat diverse belastingen worden geheven waarbij een rechtmatige verdeling van de belastingdruk wordt nagestreefd.
De reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg zijn storend en komen over als vervuilend voor de omgeving.
De veelvuldige plaatsing van dergelijke reclameborden biedt een onesthetisch uitzicht in het straatbeeld en zorgt voor visuele vervuiling.
Het is verantwoord om met de invoering van dit belastingreglement de kosten te financieren en het aantal reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg te beperken om aldus tot een kwalitatief straatbeeld te komen.
Hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de persoon voor wiens rekening de reclame wordt gemaakt wordt verantwoord in het kader van de responsabilisering voor het gebruik van reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg. De belasting kan de persoon voor wiens rekening de reclame wordt gemaakt mede bewust maken van het verhoogd risico op overlast.
In specifieke gevallen is het gepast om te voorzien in een vrijstelling gezien het maatschappelijk belang en het bijzonder doel van sommige publicitaire boodschappen.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op:
Artikel 2: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die het recht heeft om gebruik te maken van het aanplakbord of digitaal bord en, in bijkomende orde, als de gebruiker onbekend is, door de eigenaar van de grond of van de muur waarop het reclamebord zich bevindt.
De persoon voor wiens rekening de reclame wordt gemaakt, is hoofdelijk gehouden tot betaling van de algehele belasting.
Artikel 3: Berekeningsgrondslag en tarief
§1. Deze belasting wordt vastgesteld op 30,00 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte voor borden kleiner of gelijk aan 10 m², met een minimumbelasting van 30,00 euro, en op 100,00 euro per vierkante meter nuttige oppervlakte voor borden groter dan 10 m². Voor borden met rechtstreekse of onrechtstreekse verlichting wordt de belasting verhoogd met 50%.
§2. De belasting is verschuldigd voor een gans aanslagjaar, ongeacht of de borden occasioneel of voortdurend worden geplaatst.
§3. De belastbare oppervlakte van een uithangbord of aanplakbord, waarbij elk belastbaar voorwerp afzonderlijk wordt beschouwd, wordt berekend als volgt:
Artikel 4: Vrijstellingen
De belasting is niet verschuldigd voor:
Artikel 5: Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 15 januari van het jaar na het aanslagjaar voor elk reclamebord een afzonderlijke aangifte indienen bij het gemeentebestuur Machelen-Diegem – Financiële dienst – Woluwestraat 1 te 1830 Machelen, op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar financien@machelen.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 6: Meldingen
De belastingplichtige moet binnen 10 dagen, uit eigen beweging, elk nieuw, gewijzigd, bijkomend of verwijderd reclamebord zichtbaar vanaf een verkeersweg op het grondgebied van de gemeente ter kennis geven aan het lokaal bestuur Machelen-Diegem - Financiële dienst - Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via het mailadres financien@machelen.be.
Artikel 7: Controle of onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 8: Administratieve geldboete
Het lokaal bestuur is te allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 euro wordt opgeleverd in geval van:
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd. De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
De betalingsverhoging bedraagt minimum 100,00 euro.
De betalingsverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10: Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post naar het lokaal bestuur Machelen-Diegem, college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 13: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 decreet lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 houdende het belastingreglement op de reclameborden zichtbaar vanaf een verkeersweg voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, zoals gewijzigd op 29 juni 2022, en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten loopt ten einde op 31 december 2025 en dient omwille van de financiële toestand van de stad en het ecologisch aspect van deze belasting te worden vernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Het belastingreglement op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten wordt van kracht voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting op de verspreiding van ongeadresseerde drukwerk en gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg gevestigd.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 3: Belastingplichtige
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 7.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 7 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Artikel 4: Hoofdelijkheid
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5: Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
De belasting bedraagt:
Het opengeplooide reclamedrukwerk dat groter is dan 1 A4 wordt aanzien als meerbladig drukwerk.
Indien verscheidene drukwerken samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder drukwerk als een apart exemplaar beschouwd.
Als één geheel vormend worden beschouwd de drukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aan elkaar geniet of geplakt zijn ofwel op iedere andere wijze zijn samengebracht waardoor de reclamedrukwerken niet losbladig zijn.
Indien verscheidene drukwerken die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene reclamedrukwerken elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke reclamedrukwerken als een apart exemplaar beschouwd.
Per verspreiding bedraagt de heffing minimum 25 euro.
Artikel 6: Vrijstellingen
Vrijstelling van belasting wordt verleend:
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: Lokaal bestuur Machelen, Woluwestraat 1 te 180 Machelen en/of via het mailadres: financien@machelen.be op digitale wijze.
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
Een belastingplichtige die met een zekere regelmaat drukwerk of gelijkgestelde producten verspreidt, kan in de maand januari een aangifte indienen voor het hele aanslagjaar. Deze aanslag kan geregulariseerd worden in de maand januari van het volgende aanslagjaar.
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
Artikel 8: Ambtshalve vestiging en belastingverhoging
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 7, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Voor de berekening van de ambtshalve belasting wordt de mogelijke bedeling op het grondgebied in rekening gebracht.
Het aantal postbussen wordt standaard vastgelegd als volgt:
De ambtshalve vaststelling gebeurt op basis van effectief ontvangen niet-geadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten op het adres in Machelen/Diegem van de hiertoe aangestelde gemeentepersoneelsleden en -afgevaardigden.
§2. In het geval van de ambtshalve vestiging van de belasting wordt de belasting verhoogd met:
met dien verstande dat een correcte en tijdige aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt, waardoor de aanslag bij de eerstvolgende overtreding met slechts 10% wordt verhoogd.
De belastingverhoging bedraagt minimum 25,00 euro. Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 9: Inkohieren
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post t.a.v. college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 12: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 decreet lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 op verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en van gelijkgestelde producten en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
De belasting op het onderhouden en rein houden van openbaar en privaat domein, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De belasting op het onderhouden en rein houden van openbaar en privaat domein moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
De gemeente wenst het principe van “de vervuiler betaalt” toe te passen.
De vastgestelde belasting is van toepassing onverminderd een gerechtelijke vervolging of het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie.
De gemeente streeft naar een optimale openbare netheid en een verzorgd straatbeeld. Dit is essentieel voor de leefbaarheid van de gemeente. Om dit te verwezenlijken wil de gemeente het correct en goed onderhoud van eigendommen stimuleren en situaties van onrechtmatig geplaatste terrassen, antennes en andere constructies voorkomen.
Daarnaast acht de gemeente het noodzakelijk dat de kosten voor het weghalen, verwijderen en opruimen van goederen en afvalstoffen kunnen worden verhaald op de verantwoordelijke veroorzakers. Dit betreft onder meer sluikstorters, bevuilers, eigenaars of gebruikers van het terrein, evenals personen die graffiti, zelfklevers, aanplakkingen en andere vormen van vervuiling aanbrengen. Hierbij wordt het principe “de vervuiler betaalt” toegepast.
Het is gerechtvaardigd om een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente.
In dit reglement worden ook de tarieven opgenomen met betrekking tot inzet van wagens, bulldozer of veegmachine.
De financiële toestand van de gemeente en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Gelet op de gevoerde bespreking.
Gezien de ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en dus noodzakelijk zijn voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente een belasting gevestigd op:
Hoofdstuk 1: Onderhouden van eigendommen
Artikel 2: Belastbaar feit
De belasting wordt gevestigd op het onderhouden en opruimen van verwaarloosde onbebouwde terreinen, braakliggende gronden en onbebouwde gedeelten van eigendommen, uitgevoerd door of in opdracht van het gemeentebestuur.
Onder verwaarlozing wordt onder meer verstaan (niet-limitatieve lijst):
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de gebruiker of huurder. Hieronder wordt verstaan de publiek- of privaatrechtelijke persoon die, in welke hoedanigheid ook, een recht uitoefent op cultuurgronden, braakliggende gronden, bossen of wouden, of elk ander terrein daarin begrepen, de gronden van nijverheidsinstellingen, gebouwen en opslagplaatsen.
De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. De belasting wordt vastgesteld als volgt wanneer het onderhoud of de verwijdering ambtshalve door de gemeente wordt uitgevoerd:
§2. Wanneer het onderhoud of de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door een door de gemeente aangestelde aannemer wordt de belasting vastgesteld op een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de door de gemeente aangestelde aannemer, verhoogd met een administratieve kost van 10% van dit factuurbedrag.
§3. De duur van de aangerekende prestaties stemt overeen met de tijd die verstrijkt tussen het vertrek uit en de terugkeer in de gemeentelijke werkliedenloods, gelegen in de Felix Timmermanslaan te 1831 Diegem. Elk begonnen uur wordt volledig aangerekend.
Hoofdstuk 2: Weghalen, verwijderen en opruimen van goederen en afvalstoffen
Artikel 5: Belastbaar feit
Er wordt een belasting gevestigd op het weghalen, verwijderen en opruimen, door de gemeente of in opdracht van het gemeentebestuur, van goederen en afvalstoffen die werden gestort of achtergelaten op niet-reglementaire plaatsen of tijdstippen, in niet-reglementaire recipiënten of op niet-reglementaire wijze, zoals omschreven in de algemene politieverordening van de gemeente. Dit omvat onder meer:
Artikel 6: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon, of in voorkomend geval van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke personen, die verantwoordelijk is/zijn voor de in artikel 5 gestelde handelingen, met name:
Artikel 7: Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door de gemeente, wordt de belasting als volgt vastgesteld:
§2. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door een door de gemeente aangestelde aannemer, wordt de belasting vastgesteld op een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de aangestelde aannemer, verhoogd met een administratieve kost van 10% van dit factuurbedrag.
§3. De duur van de aangerekende prestaties stemt overeen met de tijd die verstrijkt tussen het vertrek uit en de terugkeer in de gemeentelijke werkliedenloods, gelegen in de Felix Timmermanslaan te 1831 Diegem. Elk begonnen uur wordt volledig aangerekend.
Hoofdstuk 3: Onrechtmatig geplaatste terrassen en goederen
Artikel 8: Belastbaar feit
Er wordt een belasting gevestigd op het weghalen, door of in opdracht van het gemeentebestuur, van elk onrechtmatig op het openbaar domein geplaatst terras, stoel, bank, tafel, windscherm, uitstalraam, kraam, reclamebord, …
Artikel 9: Belastingsplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de zaak waarbij het onrechtmatig geplaatste terras of de onrechtmatig geplaatste goederen werden geplaatst.
Artikel 10: Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door de gemeente, wordt de belasting vastgesteld als volgt:
§2. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door een door de gemeente aangestelde aannemer, wordt de belasting vastgesteld op een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de aangestelde aannemer, verhoogd met een administratieve kost van 10% van dit factuurbedrag.
§3. De duur van de aangerekende prestaties stemt overeen met de tijd die verstrijkt tussen het vertrek uit en de terugkeer in de gemeentelijke werkliedenloods, gelegen in de Felix Timmermanslaan te 1831 Diegem. Elk begonnen uur wordt volledig aangerekend.
Hoofdstuk 4: Onrechtmatig geplaatste antennes en masten
Artikel 11: Belastbaar feit
Er wordt een belasting gevestigd op het weghalen door of in opdracht van het gemeentebestuur van elke onrechtmatig geplaatste hertz- of parabolische antenne die radiodiffusie en televisie ontvangt, of gelijk welke andere gelijkwaardige ontvangstinstallatie.
Onder ‘onrechtmatig geplaatste antennes’ wordt verstaan: de antennes die niet beschikken over de vereiste stedenbouwkundige vergunning.
Artikel 12: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de onrechtmatig geplaatste goederen.
Artikel 13: Berekeningsgrondslag en tarieven
§1. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door de gemeente, wordt de belasting vastgesteld als volgt:
§2. Wanneer de verwijdering ambtshalve wordt uitgevoerd door een door de gemeente aangestelde aannemer, wordt de belasting vastgesteld op een uitvoeringskost die gelijk is aan het factuurbedrag van de aangestelde aannemer, verhoogd met een administratieve kost van 10% van dit factuurbedrag.
§3. De duur van de aangerekende prestaties stemt overeen met de tijd die verstrijkt tussen het vertrek uit en de terugkeer in de gemeentelijke werkliedenloods, gelegen in de Felix Timmermanslaan te 1831 Diegem. Elk begonnen uur wordt volledig aangerekend.
Artikel 14: Vrijstellingen
§1. Er geldt een vrijstelling voor schotelantennes overeenkomstig artikel 12.2 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen, waarvoor geen vergunning nodig is.
Een stedenbouwkundige vergunning is niet vereist voor de plaatsing van volgende schotelantennes:
Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen
Artikel 15: Wijze van inning
De belasting moet door de belastingplichtige zonder uitstel betaald worden tegen afgifte van een kwijting. Als de contante inning niet zonder uitstel kan worden uitgevoerd, dan wordt de belasting een kohierbelasting.
De vestiging en invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere aanvullingen.
Artikel 16: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag of de datum van de inning van de contantbelasting.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post t.a.v. college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 17: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 decreet lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 betreffende het belastingreglement op het onderhouden en rein houden van openbaar en privaat domein en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
De belasting op nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 18 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De belasting op nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie moet worden hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 t.e.m. 2031.
De gemeente streeft een algemene en evenwichtige spreiding van de belastingdruk na over alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd om een billijke financiële tussenkomst te vragen van al wie, al dan niet gevraagd, een beroep doet op de dienstverlening van de gemeente;
Er bevinden zich een aantal nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie op het grondgebied van de gemeente.
De aanwezigheid van nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, openbare orde, rust en zedelijkheid in de gemeente in het gedrang kunnen brengen.
Nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie zorgen in hun directe omgeving voor maatschappelijke overlast omdat hun openingsuren zich grotendeels situeren tijdens de nachtrust van de omwonenden. De bestrijding van overlast situeert zich zowel op het gebied van handhaving van de openbare orde, rust, de veiligheid, milieu als op de openbare reinheid. Door het heffen van een belasting kan een doordacht lokaal beleid gevoerd worden dat indijking van de overlast verzorgt en een bijdrage in de kosten voor de bestrijding van de overlast omvat.
Het is billijk om een belasting op nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie vast te stellen als bijdrage in deze financiële last.
De ontvangsten zijn onontbeerlijk voor de continuïteit van de algemene werking van de gemeente. De financiële toestand van de gemeente vereist dus het heffen van deze belasting.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 onder jaarbudgetrekening en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt er zowel een openingsbelasting als een jaarlijkse belasting geheven op nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie gelegen op het grondgebied van de gemeente Machelen-Diegem.
Artikel 2: Definities
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt onder de volgende begrippen verstaan:
Nachtwinkel: onder ‘nachtwinkel’ wordt verstaan elke winkel die in algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen handelt, zoals omschreven in de artikelen 2 en 6 van de wet van 10 november 2006 betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, en tussen 21u en 7u open is.
Privaat bureaus voor telecommunicatie: iedere voor het publiek toegankelijke vestigingseenheid voor het verlenen van telecommunicatiediensten, zoals omschreven in de artikelen 2 en 6 van de wet van 10 november 2006 betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening, en die tussen 8u en 20u open is.
Artikel 3: Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel en/of het privaat bureau voor telecommunicatie.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
Openingsbelasting
§1. De openingsbelasting wordt vastgesteld op 6 000,00 euro per nachtwinkel en/of privaat bureau voor telecommunicatie.
De openingsbelasting is een éénmalige belasting die verschuldigd is bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel en/of privaat bureau voor telecommunicatie. Elke wijziging in uitbating wordt gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit.
“Daaronder wordt verstaan de overname van een bestaande uitbating van een natuurlijke of een rechtspersoon door een andere natuurlijke of rechtspersoon.
Daaronder wordt niet verstaan de omvorming van een bestaande uitbating van natuurlijke naar rechtspersoon of omgekeerd, indien de zaakvoerder van de rechtspersoon dezelfde is als de natuurlijke persoon.”
Jaarlijkse belasting
§2. De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op 1 500,00 euro per nachtwinkel en/of privaat bureau voor telecommunicatie.
Als refertedatum voor het vestigen van de belasting geldt 1 januari van het aanslagjaar.
Voor startende nachtwinkels gaat de jaarlijkse belasting in op 1 januari volgend op het jaar waarin de openingsbelasting verschuldigd werd.
Ondeelbaarheid
§3. De openingsbelasting en de jaarlijkse belasting zijn ondeelbaar. Zij zijn verschuldigd voor het ganse jaar, welke ook de aanvangs- of stopzettingsdatum van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar is.
Geen vermindering of teruggave van de belasting
§4. Er wordt geen enkele vermindering of teruggave van de belasting gedaan, om welke reden dan ook.
Artikel 5: Aangifteplicht
Openingsbelasting
§1. Elke belastingplichtige is ertoe gehouden om aangifte te doen van elke opening of wijziging van uitbating, van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel en/of privaat bureau voor telecommunicatie bij het gemeentebestuur Machelen-Diegem – Financiële dienst – Woluwestraat 1 te 1830 Machelen, op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.
Deze aangifte moet uiterlijk op 31 juni van het aanslagjaar ingediend worden als de opening/wijziging van uitbating heeft plaatsgevonden in de eerste helft van het aanslagjaar.
Deze aangifte moet uiterlijk op 31 december van het aanslagjaar ingediend worden als de opening/wijziging van uitbating heeft plaatsgevonden in de tweede helft van het aanslagjaar.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar financien@machelen.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Jaarlijkse belasting
§ 2. Elke belastingplichtige moet jaarlijks uiterlijk op 30 september van het aanslagjaar per nachtwinkel en/of privaat bureau voor telecommunicatie een afzonderlijke aangifte indienen bij het gemeentebestuur Machelen-Diegem – Financiële dienst – Woluwestraat 1 te 1830 Machelen, op een aangifteformulier dat het gemeentebestuur ter beschikking stelt.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar financien@machelen.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 8: Administratieve boete
Het gemeentebestuur is ten allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 euro wordt opgelegd in geval van:
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
De belastingverhoging bedraagt minimum 250,00 euro.
De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10: Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betalingstermijn
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post t.a.v. college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 13: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 decreet lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 houdende de belasting op nachtwinkels en privaat bureaus voor telecommunicatie voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het belastingreglement ter bestrijding van leegstand van woningen voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit gemeentelijk reglement inzake registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het voorgaande belastingreglement werd geëvalueerd en bijgesteld om het zo correct mogelijk te kunnen toepassen.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
Het uitvoeringsbesluit van 11 september 2020 houdende de Vlaamse Codex Wonen stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 kunnen de gemeenten een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Langdurige leegstand is vaak de voorbode van verwaarlozing en verkrotting, en soms zelfs van de verloedering van een straat of buurt.
Langdurige leegstand kan, zeker in buurten waar veel leegstand voorkomt, het onveiligheidsgevoel doen toenemen. Bewoonde woningen en gebruikte gebouwen zorgen voor een levendigere omgeving, voor meer sociale controle en een groter veiligheidsgevoel.
Leegstaande woningen en gebouwen zijn makkelijker het mikpunt van vandalisme, krakers en worden soms ook gebruikt als schuilplaats voor illegale of criminele activiteiten.
Woningen die zonder reden leegstaan, dragen bij aan de schaarste aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen en drijven huur- en verkoopprijzen op. Tegelijkertijd is er een grote groep in de samenleving die moeilijk aan een goede betaalbare woning geraakt.
Sommige eigenaars laten woningen en gebouwen leegstaan om speculatieve redenen, in de hoop op hogere prijzen in de toekomst. Zij dragen echter niet bij aan de kosten die leegstand met zich meebrengt.
Leegstaande woningen en gebouwen verhogen het ruimtebeslag, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk steeds groter wordt om hier zuinig mee om te gaan.
Leegstand vormt één van de meest hinderlijke elementen in het straatbeeld van een handels- en/of stadskern en omliggende straten. Het beïnvloedt op negatieve wijze de aantrekkelijkheid van een gemeente doordat een desolate indruk wordt gecreëerd.
Langdurige leegstand van woningen en gebouwen in de gemeente moet voorkomen en bestreden worden omdat leegstaande woningen en gebouwen leiden tot meer opdrachten voor de gemeenten.
Het is wenselijk dat het op het grondgebied van de gemeente beschikbare woningen- en gebouwenbestand ook als dusdanig gebruikt wordt omdat leegstand leidt tot verloedering wat extra taken met zich meebrengt voor de gemeente.
In het algemeen sluiten de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de leegstand kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de leegstand: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Enig artikel: goedkeuring door de gemeenteraad te hechten aan het hierna vermelde gemeentelijk reglement inzake registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031, en dit gemeentelijk reglement als volgt vast te stellen:
"Belastingreglement inzake registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2° Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
4° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, behalve bedrijfsgebouwen op een verzameling van percelen kleiner dan 5 are en bedrijfsgebouwen waarin de woning van de eigenaar een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° Woning: een goed, vermeld in artikel 1.3., 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6° Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor één of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
7° Leegstaand gebouw: gebouw dat beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §1, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
8° Leegstaande woning: woning die beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §2 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie.
9° Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
10° Leegstand bij nieuwbouw: gebouw of woning die beantwoordt aan de definitie in artikel 2.10., §3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, namelijk een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
11° Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.
12° Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
13° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
14° Renovatienota: gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door het college van burgemeester en schepenen wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie
Artikel 2: Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 3: Registratie van leegstand
§1. De door het college van burgemeester en schepenen met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstaande woningen worden beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
Artikel 4: Kennisgeving van registratie
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Artikel 5: Beroepsprocedure tegen opname in het leegstandsregister
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener.
Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de zakelijk gerechtigde onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
Artikel 6: Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2: De belasting
Artikel 7: De heffingstermijn en het belastbaar feit
§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het leegstandsregister.
De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister, dit wil zeggen 12 maanden na datum van de administratieve akte.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum. Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2. Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
§3. Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
§4. Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10: Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de gemeente. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in §3 of §4, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 13.
§3. Persoonsgebonden vrijstellingen:
§4. Gebouwgebonden vrijstellingen
Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:
1° gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:
2° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
3° Geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
4° Beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 of opgenomen is in de inventaris van het bouwkundig erfgoed. De vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar.
Voor de beschermde monumenten kan deze periode van vrijstelling worden verlengd indien er een restauratiepremiedossier wordt ingediend. De vrijstelling duurt tot drie jaar na het einde van de termijn van behandeling van het restauratiepremiedossier.
5° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van drie jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging.
6° Onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure of omwille van een andere soortgelijke procedure, vb. bij de afhandeling van een verzekeringsonderzoek of geschil.
De vrijstelling gaat in
De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij voorgelegd worden en de belastingplichtige moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure.
Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting.
7° Het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
8° Het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig artikel 5.82. van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° In hoofdzaak gediend heeft voor de uitbating van een economische activiteit en waarvan de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit en houder van het zakelijk recht van het gebouw een gedeelte van het gebouw bewoont. Deze vrijstelling geldt zolang de vermelde voorwaarden zijn vervuld.
§5. Overmacht.
Een vrijstelling wordt verleend wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht. Dit wil zeggen als de leegstand te wijten is aan redenen buiten de wil van de houder van het zakelijk recht en redelijkerwijze niet kan worden verwacht dat deze een einde stelt aan de leegstand.
Artikel 11: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post bij het lokaal bestuur Machelen, college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 14: Overgangsbepalingen
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor 1 januari 2026 blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van vorige belastingreglementen blijven geldig voor de duurtijd die in die reglementen zijn voorzien.
Artikel 15: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk belastingreglement van 18 december 2019 ter bestrijding van leegstand van woningen.
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het belastingreglement ter bestrijding van verkrotting van gebouwen en woningen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst dit reglement te hernieuwen en integraal te vervangen door dit reglement van registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Het beleid met betrekking tot verwaarloosde woningen en gebouwen werd overgeheveld van het Vlaamse naar het gemeentelijk niveau, waarbij de gewestelijke registratie en heffing volledig werden opgeheven.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent.
Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners.
Verwaarlozing creëert een gevoel van onveiligheid, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt.
Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren.
Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet.
Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt.
Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.
Gemeenten kunnen op basis van Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bijhouden.
Gemeenten kunnen een reglement aannemen om nadere materiële en procedurele regelen voor het verwaarlozingsregister te bepalen.
De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De motivering van deze vrijstellingen, is vaak zeer logisch en blijkt meestal uit de formulering van de vrijstelling zelf.
Vaak gaat het om situaties waarin een zakelijk gerechtigde of het object (woning of gebouw) zich bevinden, waarbij niet redelijkerwijze kan worden verwacht dat er dadelijk een einde aan de verwaarlozing kan worden gesteld: bijvoorbeeld bij verblijf in een psychiatrische instelling of ouderenvoorziening, bij beperking van de handelingsbekwaamheid, bij allerlei vormen van onteigening, bescherming als monument, stads-of dorpsgezicht, beschadiging door plotse ramp, verzegeling.
Verder zijn er ook de situaties waarbij men aan de betrokken belastingplichtige de kans wenst te geven om binnen een redelijke termijn de nodige acties te ondernemen om een einde te stellen aan de verwaarlozing: bijvoorbeeld bij de overdracht van het pand, bij de uitvoering van al dan niet vergunningplichtige werken, de indiening van een restauratiepremie-dossier, de verkrijging van 5 of meer woningen met het oog op gelijktijdige sloop, verbouwing of renovatie. Bij sociale woningen dienen de betrokken eigenaars vaak te wachten op subsidies of totdat alle woningen van een project tegelijkertijd kunnen worden gerenoveerd. Bovendien zou het niet redelijk zijn dat de gemeente zichzelf of haar eigen OCMW zou gaan belasten.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Enig artikel: goedkeuring door de gemeenteraad te hechten aan het hierna vermelde belastingreglement inzake registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 als volgt:
"Belastingreglement inzake registratie en belasting van verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° Administratie: de administratieve eenheid van de gemeente belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
2° Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
3° Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
4° Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
5° Opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister.
6° Verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt.
7° Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 2 van dit reglement;
8° Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Hoofdstuk 1: Registratie
Artikel 2: Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 3: Registratie van verwaarlozing
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
Artikel 4: Kennisgeving van de registratie
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
Artikel 5: Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij het college van burgemeester en schepenen beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van een beroepschrift een ontvangstbevestiging.
§3. Het beroepschrift is onontvankelijk als het niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt het college van burgemeester en schepenen dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. Het college van burgemeester en schepenen onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
Artikel 6: Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 3, §2 en 3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Hoofdstuk 2: Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
Artikel 7: Heffingstermijn en belastbaar voorwerp
§1. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
Artikel 8: Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de opnamedatum. Als er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
§2. In geval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. De instrumenterende ambtenaar stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde.
Artikel 9: Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt:
§2. Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting:
§3. Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting:
§4. Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting:
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10: Vrijstellingen
§1. De houder van het zakelijk recht kan beroep doen op de hieronder vermelde vrijstellingen. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie. Deze vrijstellingen moeten, tenzij anders vermeld, elk jaar opnieuw, per aanslagjaar, voor de datum van het verschuldigd zijn van de belasting worden aangevraagd.
§2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan één jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor het belastingjaar dat volgt op het verkrijgen van het zakelijk recht. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
2° De belastingplichtige die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als die niet over een andere woning beschikt.
3° Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
4° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
i. Een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
ii. Een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
iii. Een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken:
a) Een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
b) Een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
c) Een combinatie van beide offertes;
iv. Een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden.
Deze vrijstelling kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.
Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.
5° De belastingplichtige die houder van het zakelijk recht is over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken aan het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld;
2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging.
Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
Artikel 11: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post naar lokaal bestuur Machelen, College van Burgemeester en Schepenen, Woluwestraat 1, 1830 Machelen of via elektronische weg per e-mail bij secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 14: Overgangsbepalingen
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van vorige belastingreglementen blijven geldig voor de duurtijd die in die reglementen zijn voorzien.
Artikel 15: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit reglement wordt overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 286-288 van het decreet over het lokaal bestuur door de burgemeester bekendgemaakt op de gemeentelijke website, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het belastingreglement van 18 december 2019 ter bestrijding van verkrotting van gebouwen en woningen.
Dit reglement wordt overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Het belastingreglement op tweede verblijven, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019 voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de belasting op tweede verblijven te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op tweede verblijven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
Het voorgaande belastingreglement werd geëvalueerd en bijgesteld om het zo correct mogelijk te kunnen toepassen.
De gemeenteraad acht het noodzakelijk om een geldelijke bijdrage te vragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven lastens de eigenaars van woningen die niet als hoofdverblijfplaats worden aangewend.
De gemeente Machelen-Diegem levert belangrijke financiële inspanningen om kwaliteitsvolle dienstverlening aan te bieden en om het openbaar domein en de gemeentelijke infrastructuur te onderhouden. Dit heeft een weerslag op het gemeentelijk budget.
Iedereen die op het grondgebied van de gemeente woont of verblijft, maar geen bijdrage levert in de financiering van de gemeentelijke uitgaven via de aanvullende gemeentebelasting, moet enigszins geldelijk bijdragen in de financiering van de gemeentelijke uitgaven.
Deze belasting geldt ook als compensatie voor de derving van inkomsten op het vlak van de aanvullende personenbelasting.
De gemeenteraad acht het toegepaste tarief per tweede verblijf gematigd en billijk voor de duur van het belastingreglement.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden.
De vrijstellingen van de belasting die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Gelet op de gevoerde bespreking.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting gevestigd op tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente Machelen-Diegem.
Artikel 2: Definities
Als tweede verblijf wordt beschouwd elke private woongelegenheid die niet het hoofdverblijf is van de eigenaar, de huurder of de gebruiker ervan maar die op elk moment door hen kan worden bewoond en waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister van de gemeente Machelen-Diegem op 1 januari van het aanslagjaar.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar. Ten aanzien van de gebruiker van het tweede verblijf wordt geen rekening gehouden met verdere onderverhuring, tijdelijke verhuring of gratis gebruiksverlening van het woonverblijf.
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. Aanwezigheid van voldoende meubilair, eet- en slaapmogelijkheid, sanitaire voorzieningen en recente facturen van elektriciteit en water kunnen hier indicaties zijn.
Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, kleine of grote weekendhuizen of buitengoederen, appartementen, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans die al of niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Lokalen die uitsluitend bestemd zijn om een beroepsactiviteit uit te oefenen, garages, tenten en motorhomes worden niet als tweede verblijf beschouwd.
Als tweede verblijven wordt niet beschouwd:
Een verblijf dat tegelijk als woongelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit wordt gebruik of vergund is, wordt eveneens als tweede verblijf beschouwd.
Artikel 3: Belastingplichtige en belastbaar tijdstip
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar is van het tweede verblijf.
Zijn belastingplicht geldt ook wanneer het tweede verblijf verhuurd wordt, door een derde feitelijk gebruikt wordt of tijdelijk niet gebruikt wordt.
Zijn belastingplicht geldt ongeacht het feit of hij al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. De eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van mede-eigendom is iedere mede-eigenaar belastingplichtig voor zijn deel. Elke mede-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van multi-eigendom, is iedere multi-eigenaar belastingplichtig volgens zijn toegewezen deel. Elke multi-eigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
In geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed zal de belasting verschuldigd zijn door de nieuwe eigenaar met ingang van 1 januari die volgt op de datum waarop de overdracht van het onroerend goed heeft plaatsgehad.
Artikel 4: Berekeningsgrondslag en tarief
§1. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar.
§2. De belasting wordt vastgesteld op:
Artikel 5: Aangifteplicht
§1. Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 31 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur Machelen-Diegem - Financiële dienst – Woluwestraat 1 te 1830 Machelen - op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
§2. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§3. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§4. De aangifte kan via elektronische weg worden ingediend, meer bepaald per e-mail naar financien@machelen.be. In dat geval geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van de aangifte.
Artikel 6: Meldingen
In geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed in de loop van het jaar moet de nieuwe eigenaar aangifte hiervan doen binnen de maand bij het gemeentebestuur Machelen-Diegem - Financiële dienst op volgend adres Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via het mailadres financien@machelen.be.
Artikel 7: Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd elke inbreuk op het huidig reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben. De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 8: Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan vanwege de belastingplichtige op de aangiftedatum vermeld in artikel 5, kan de belasting ambtshalve gevestigd worden overeenkomstig artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen.
Artikel 9: Inkohiering
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 10: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen de 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 11: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informatiesysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post t.a.v. college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of via elektronische weg er e-mail secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 12: Bekendmaking, inwerkingintreding en bestuurlijk toezicht
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 t.e.m. 288 van het decreet over het lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 houdende de belasting op tweede verblijven en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het belastingreglement op de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 18 december 2019, vervalt op 31 december 2025. De gemeente wenst de verblijfsbelasting te hernieuwen en integraal te vervangen door dit belastingreglement op de verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
De gemeente heeft een noodzaak aan financiële middelen om de gemeentelijke dienstverlening te kunnen financieren. Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gezien de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
In de gemeente zijn er een aantal kleinere en grote uitbatingen van verhuring van logies, zoals omschreven in het “uitvoeringsbesluit”, artikelen 7, 8 en 9.
De gemeente wil zonder onderscheid elk logies en/of woongelegenheid die verhuurd wordt of ter beschikking wordt gesteld van personen waarvoor geen inschrijving is in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente Machelen-Diegem belastbaar stellen.
Zij die gebruik maken van gehuurde of ter beschikking gestelde logies en/of woongelegenheden, terwijl zij niet zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente, maken ook gebruik van de gemeentelijke infrastructuur en dienstverlening, zonder hiertoe bij te dragen.
De gemeente wil de logiesverstrekkende bedrijven belasten op grond van hun impact op de omgeving.
De aanwezigheid van verblijfstoeristen brengt immers een grotere belasting met zich mee voor de gemeentelijke diensten, op vlak van openbare veiligheid, onderhoud en verkeer.
De bedragen zijn redelijk en verantwoord gezien de financiële behoeften van de gemeente.
De gemeente acht het wenselijk om tariefdifferentiatie te behouden op basis van de openings- en uitbatingsvoorwaarden zoals bepaald in de bijlagen bij het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies, zoals gewijzigd op 17 maart 2017.
De gemeente vindt het billijk dat een hotel met een lage stercategorie minder belasting moet betalen dan hotels uit de hogere stercategorieën. Bijgevolg acht zij het wenselijk om een tariefdifferentiatie in te bouwen op basis van de comfortclassificatienormen zoals die blijken uit bijlage 1 bij het Ministerieel Besluit van 17 maart 2017 tot bepaling van de classificatienormen voor comfort in een erkend toeristisch logies.
Voor de grote uitbatingen van verhuring van logies zoals omschreven in artikel 7 van het uitvoeringsbesluit wordt een belasting geheven per bezette kamer per nacht.
Voor kleine uitbatingen van verhuring van logies zoals omschreven in de artikelen 8 en 9 van het Uitvoeringsbesluit wordt met een forfait per kamer per jaar gewerkt. Zo wordt een benadering gemaakt van de draagkracht van de uitbater, terwijl de administratie vereenvoudigt voor zowel de uitbater als de gemeente.
Deze tariefdifferentiatie is objectief en redelijk verantwoord in het licht van het bijdragend vermogen van de belastingplichtigen en rekening houdende met de gedifferentieerde minimumeisen inzake brandveiligheid, comfort, hygiëne en onderhoud zoals vermeld in de bijlagen bij het Besluit van 17 maart 2017 van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 5 februari 2016 houdende het toeristische logies.
De ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen en uitbatingen van overheidsinstellingen, behalve wanneer deze in concessie zijn gegeven aan niet-overheidsinstellingen, kunnen geen geviseerde categorie zijn zodat een vrijstelling bijgevolg verantwoord is.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: Heffingstermijn en belastbaar feit
§1. Er wordt ten voordele van de gemeente, voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting geheven ten laste van natuurlijke of rechtspersonen die:
§2. Het onroerend goed dat voorwerp uitmaakt van deze belasting is volgens zijn inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen op het grondgebied van de gemeente Machelen-Diegem gelegen en/of de uitbating van het betreffende onroerend goed vindt plaats op het grondgebied van de gemeente Machelen-Diegem.
Artikel 2: Belastingplichtigen
De belasting is verschuldigd door iedere rechts- of natuurlijke persoon, onder welke vorm of benoeming ook, die kamers, beschreven zoals in bovenvermeld artikel 1, ten aanzien van de bezetters ervan verhuurt of ter beschikking stelt.
Het voorhanden zijn van een winstgevend oogmerk veronderstelt niet noodzakelijk het voorhanden zijn van een exploitatie in het kader van een economische activiteit.
Indien de uitbatende rechts- of natuurlijke persoon iemand anders is dan ofwel de eigenaar van de uitgebate plaats ofwel iedere houder van een zakelijk recht op deze plaats, worden deze laatste solidair gehouden tot betaling van de belastingen die door de in gebreke blijvende uitbaters verschuldigd zijn.
Artikel 3: Berekeningsgrondslagen en tarieven
§1. De belasting voor de logies, zoals omschreven in artikel 7 van het “Uitvoeringsbesluit” bedraagt:
Hotels die, in uitvoering van hoofdstuk 3 van het “Vlaams Logiesdecreet”, geen comfortclassificatie aanvragen, of die geen comfortclassificatie toegekend krijgen, worden geacht te vallen onder artikel 3 §1, 2.
§2. De belasting voor de verhuurders van logies, zoals omschreven in het “Uitvoeringsbesluit”, artikel 8, bedraagt 155,00 euro per kamer per jaar.
§3. De belasting voor de verhuurder van logies zoals omschreven in het “Uitvoeringsbesluit”, artikel 9, bedraagt
§4. Ingeval van aanvang of stopzetting van uitbating van de belastbare inrichting in de loop van het aanslagjaar, zal de belasting worden berekend op basis van het aantal effectieve maanden van uitbating van de inrichting.
§5. De belasting is per kwartaal verschuldigd. Indien de natuurlijke of rechtspersoon uit artikel 2 zijn activiteiten stopt of overgeeft in de loop van een kwartaal wordt de belasting berekend op grond van het aantal maanden uitbating in dat kwartaal. Een begonnen maand zal als een volledige maand worden aanzien.
Artikel 4: Vrijstellingen en verminderingen
§1. Logies en/of woongelegenheden waarvoor een officiële inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister van de gemeente Machelen-Diegem geregistreerd werd op 1 januari van het aanslagjaar, worden vrijgesteld van de verblijfsbelasting. De toestand op 1 januari blijft van toepassing voor het hele aanslagjaar.
§2. Ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen zijn volledig van de belasting vrijgesteld.
§3. De uitbatingen van overheidsinstellingen zijn volledig van de belasting vrijgesteld, behalve wanneer deze in concessie zijn gegeven aan niet-overheidsinstellingen.
Artikel 5: Meldingen
§1. Ingeval van nieuwe uitbating van logies zoals bedoeld in artikel 3, §1 van het belastingreglement, moet de belastingplichtige ten minste acht dagen voor het begin van de belastbare activiteit per post aan Lokaal Bestuur Machelen, Dienst Financiën, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of per mail financien@machelen.be melden. Deze nieuwe uitbater zal het volgende meedelen: aantal kamers en eventuele comfortclassificatie.
§2. Ingeval van nieuwe activiteit met betrekking tot logies zoals bedoeld in artikel 3, § 2 en 3 van het belastingreglement moet de belastingplichtige dit binnen de maand na het begin van zijn activiteit per post Lokaal Bestuur Machelen, Dienst Financiën, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of per mail financien@machelen.be melden waarbij de gemeente op de hoogte wordt gesteld van het aantal logies en het type.
§3. Alle belastingplichtigen zijn verplicht, binnen de maand na de wijziging ter zake, elke wijziging van toestand aan te geven aan de gemeente die van belang is voor de berekening van de belasting per post Lokaal Bestuur Machelen, Dienst Financiën, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of per mail financien@machelen.be.
Artikel 6: Aangifteverplichtingen
§1. In geval van logies zoals bedoeld in artikel 3, §1 van het belastingreglement:
De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elke verstreken maand, uiterlijk op 15 februari, 15 maart, 15 april, 15 mei, 15 juni, 15 juli, 15 augustus, 15 september, 15 oktober, 15 november en 15 december van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij Lokaal Bestuur Machelen, Dienst Financiën, Woluwestraat 1, 1830 Machelen of per mail financien@machelen.be op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier van het aantal bezette kamers per nacht binnen de verstreken maand.
§2. In geval van logies zoals bedoeld in artikel 3, § 2 en 3 van het belastingreglement:
Uiterlijk op 31 januari van elk aanslagjaar dient de belastingplichtige een aangifte in bij Lokaal Bestuur Machelen, Dienst Financiën, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of per mail financien@machelen.be op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier met vermelding van het aantal logies, die op enig moment gedurende het aanslagjaar verhuurd zullen worden of ter beschikking zullen worden gesteld.
§3. De belastingplichtige ontvangt van het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend moet worden teruggestuurd. Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen bij het gemeentebestuur of downloaden van de gemeentelijke website. Het niet spontaan verkrijgen van een aangifteformulier ontslaat de belastingplichtige niet van de belasting.
§4. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
Artikel 7: Controle en onderzoek
Het gemeentebestuur controleert de oprechtheid van de aangiften. De belastingplichtigen zijn verplicht deze controle te vergemakkelijken, o.a. door het verstrekken van alle documenten en inlichtingen die hen ten dien einde door de gemeente zouden worden gevraagd. De gemeente mag de waarachtigheid van de onderschreven aangiften nagaan met al de middelen waarover zij beschikt. Daartoe aangestelde personeelsleden zijn bevoegd om elke inbreuk op dit reglement vast te stellen en moeten daarvoor toegang krijgen tot alle plaatsen waar de belastbare feiten plaats hebben.
Artikel 8: Administratieve geldboete
Het gemeentebestuur is ten allen tijde gerechtigd waar ook op het gemeentelijk grondgebied controle uit te oefenen met het oog op de correcte toepassing van deze reglementering.
Een administratieve geldboete van 500,00 euro wordt opgelegd in geval van:
Het bedrag van de administratieve geldboete wordt gelijktijdig en samen met de belasting ingekohierd en ingevorderd.
De administratieve geldboete moet worden betaald binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9: Ambtshalve belasting
Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 6, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en haar latere wijzigingen. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op grond van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met:
De belastingverhoging bedraagt minimum 1 000,00 euro.
De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 10: Inkohiering
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11: Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12: Bezwaar
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen zijn aanslag, een belastingverhoging of een administratieve geldboete (in voorkomend geval), een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen 3 maanden te rekenen vanaf de datum waarop de belastingplichtige het aanslagbiljet heeft ontvangen of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het aanslagbiljet wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de datum van de verzending van het aanslagbiljet. Als het aanslagbiljet verzonden werd via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van zijn verzending. Als het bestuur en de belastingplichtige hetzelfde informaticasysteem gebruiken om berichten elektronisch uit te wisselen, wordt het aanslagbiljet geacht ontvangen te zijn op het tijdstip waarop het aanslagbiljet toegankelijk wordt voor de belastingplichtige.
Bezwaarschriften kunnen per post bij Lokaal Bestuur Machelen, college van burgemeester en schepenen, Woluwestraat 1 te 1830 Machelen of elektronisch via secretariaat@machelen.be worden ingediend binnen de termijn en onder de voorwaarden zoals hierboven vermeld.
De indiening van het bezwaarschrift via elektronische weg geldt als uitdrukkelijke instemming van de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger om berichten binnen de bezwaarprocedure via die elektronische weg uit te wisselen. Als het bezwaarschrift verzonden wordt via elektronische weg, geldt de datum van de elektronische verzending als datum van indiening van het bezwaar.
Het college van burgemeester en schepenen of het personeelslid dat zij speciaal daarvoor aanwijst, bericht schriftelijk ontvangst binnen vijftien dagen na de indiening van het bezwaarschrift.
Indien de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger dat in zijn bezwaarschrift heeft gevraagd, zal de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger uitgenodigd worden op een hoorzitting.
Artikel 13: Bekendmaking, inwerkingtreding en bestuurlijk toezicht
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286, 287 en 288 van het decreet lokaal bestuur.
Dit besluit vervangt het besluit van de gemeenteraad van 18 december 2019 houdende het belastingreglement op verblijfsbelasting voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025 en treedt in werking op 1 januari 2026.
De toezichthoudende overheid zal op de hoogte gebracht worden van de bekendmaking van het reglement overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
De belasting op ongeschikte en onbewoonbare woningen is een belasting die stuurt op woonkwaliteit. De gemeente kan ervoor kiezen om opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing of om een eigen belasting te heffen.
De aanwezigheid van ongeschikte en onbewoonbare woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente dient voorkomen en bestreden te worden.
Omdat het bewaken van woningkwaliteit een beleidsdoelstelling betreft van het Vlaamse gewest, is het zaak dat geïnventariseerde woningen belast worden.
Het heffen van opcentiemen bovenop de gewestelijke heffing levert als voordeel dat de aspecten van invordering en bezwaren door het Vlaams Gewest gebeurt.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: er worden met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 ten voordele van de gemeente Machelen, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van gebouwen en/of woningen oorspronkelijk ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Artikel 2: de gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3: dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke webtoepassing en toegezonden worden aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst.
Terwijl de aanpak van de leegstand en verwaarlozing van gebouwen en woningen volledig overgelaten wordt aan de gemeenten, voert het Vlaams Gewest wel een beleid inzake de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
De ontvangsten zijn ingeschreven in het meerjarenplan 2026-2031 en is dus noodzakelijk voor het behoud van een gezonde financiële toestand van de gemeente.
Artikel 1: er worden met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 ten voordele van de gemeente Machelen, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing ter bestrijding van leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten.
Artikel 2: de gemeente doet een beroep op de medewerking van het Agentschap Vlaamse belastingdienst voor de inning van deze opcentiemen.
Artikel 3: dit reglement zal worden bekendgemaakt op de gemeentelijke webtoepassing en toegezonden worden aan de Vlaamse Belastingdienst.
Erkenningsreglement voor verenigingen werd aangepast, in functie van de nieuwe legislatuur.
Enkele artikels werden aangepast om het erkenningsreglement van verenigingen te vertalen naar de waarden van ons lokaal bestuur:
*Samen aan boord, met en voor elkaar: Een warm welkom voor iedereen die zijn vrijetijd wil invullen met sport en spel, cultuur en ontmoeting. We werken inclusief en verlagen de drempels van alle vrijetijdsvoorzieningen, letterlijk en figuurlijk: onze verenigingen blijven ondersteunen om kwalitatief aanbod te stimuleren.
*Waar wij samen van leven is waar wij om geven: We voorzien toegankelijke plekken waar onze bevolking kan ontspannen, zowel in duurzame infrastructuur als op het openbaar domein. We zorgen ervoor dat de drempel laag blijft. Het erkenningsreglement is eenvoudig om ook nieuwe vormen van verenigen een kans te geven.
Wijzigingen:
Artikel 3:
§1. De vereniging streeft een doel na, opgenomen in de statuten of het huishoudelijk reglement. Indien de vereniging is aangesloten bij een koepel of federatie kunnen de doelstellingen van de overkoepelende organisatie gelden. De doelstellingen sluiten maximaal aan bij de waarden van het lokaal bestuur Machelen. Op basis van de doelstellingen van een vereniging kan een erkenning positief of negatief geadviseerd worden en desgevallend goedgekeurd of afgekeurd.
Artikel 5:
§1. De vereniging staat open voor alle inwoners van de gemeente Machelen, werft actief leden in de gemeente en biedt een open aanbod aan voor alle inwoners van de gemeente. Dit betekent dat iedereen lid kan worden van de vereniging op voorwaarde dat zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigen.
§2. Op het moment van de aanvraag tot erkenning moet minstens 30% van de effectieve leden van de vereniging hun hoofdverblijfplaats hebben in de gemeente Machelen-Diegem (geregistreerd in het Rijksregister) of minstens twee bestuursleden hebben die woonachtig zijn in de gemeente Machelen. --> voorstel om te schrappen om in orde te zijn met niet geografische spreiding in Farys tariefreglement. Daarom toevoeging in §1. Bovendien kunnen de ledenlijsten niet systematisch gecontroleerd worden omwille van GDPR-wetgeving. Aanbodgericht en sturend werken sluit ook veel meer aan bij de nieuwe waarden van het lokaal bestuur. Bovendien sluiten we in 2026 aan bij het verenigingenloket van Vlaanderen waardoor we meer controle hebben over de structuur en leden van een Machelse vereniging.
§3. Ter controle van de actieve ledenwerving en een ledenbestand bestaande uit inwoners van de gemeente Machelen, kan het lokaal bestuur steekproefsgewijs aan een vereniging hun promotie en ledenlijst met de vermelding van naam, geboortedatum en officieel adres van de leden ter inzage opvragen om de naleving van de bepaling van §1 en §2 na te gaan. Na de controle worden de desbetreffende gegevens vernietigd. -->vervangen door: ter controle van de actieve ledenwerving in de gemeente en het aanbieden van een open aanbod voor onze inwoners kan het lokaal bestuur de nodige bewijzen opvragen. Een vereniging die niet aan de voorwaarden voldoet zal niet erkend worden of zal zijn erkenning verliezen.
Artikel 11: verenigingen met eenzelfde naam, bestuur of bankrekeningnummer worden als één vereniging beschouwd. Bijgevoegd: de naam mag geen verwijzing zijn naar een geografische locatie buiten het grondgebied van Machelen.
Open VLD-fractie vraagt toevoeging van onderstaande paragrafen aan hoofdstuk 3 artikel 5 van het reglement:
§5. Minstens 30% van de effectieve leden van de vereniging heeft zijn hoofdverblijfplaats in de gemeente Machelen, zoals bedoeld in het Rijksregister.
Bij de aanvraag tot erkenning en bij elke hernieuwing verklaart de vereniging op eer dat zij aan deze voorwaarde voldoet.
§6. Ter controle van de naleving van §2 kan het lokaal bestuur steekproefsgewijs en op proportionele wijze een verificatie uitvoeren.
Deze controle gebeurt uitsluitend:
Individuele ledenlijsten met namen, adressen of rijksregisternummers worden niet systematisch opgevraagd, noch bewaard.
De controle wordt enkel uitgevoerd wanneer dit noodzakelijk is in het kader van erkenning, hernieuwing of bij gegronde twijfel.
§7. Indien bij controle blijkt dat de vereniging niet voldoet aan de voorwaarde opgenomen in §5, of indien de verklaring op eer onjuist blijkt te zijn, wordt de erkenning geweigerd of ingetrokken door het college van burgemeester en schepenen.
Geen
Besluit amendement: verworpen met 8 stemmen voor (Danny Gooris, Dieter Imbrechts, Anaïs, Abid, Engels Dylan, Inge Bonaventure, Kris Jacobs, Marleen Colebrants, Veysel Top) en 16 stemmen tegen (Jean-Pierre De Groef, Mohamed Akaychouh, Hicham El Majnaoui, Benny Blanckaert, Hilde Anciaux, Idris Bektas, Tessa Liénard, Isabelle Blanckaert, Ilker Makine, Steve Claeys, Magda Geeroms, Marc Grootjans, Steven Tielemans, Peter Roose, Nancy Van Harck, Stef Panneels)
Artikel 1: volgend reglement wordt goedgekeurd door de gemeenteraad
"Erkenningsreglement voor verenigingen
Hoofdstuk 1: Wie komt in aanmerking voor erkenning?
Artikel 1: erkenning kan enkel verleend worden aan onderstaande organisaties:
1° Verenigingen zonder winstoogmerk.
2° Feitelijke verenigingen.
Artikel 2: politieke partijen die hebben deelgenomen aan de laatste rechtsgeldig verklaarde gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente worden door dit reglement automatisch erkend bij aanvang van elke legislatuur en voor de duur van de legislatuur. Artikel 3 tot en met artikel 15 van dit reglement zijn niet van toepassing op deze politieke partijen, het zoals artikel 16, zesde gedachtenstreepje.
Hoofdstuk 2: Doel van de vereniging
Artikel 3:
§1. De vereniging streeft een doel na, opgenomen in de statuten of het huishoudelijk reglement. Indien de vereniging is aangesloten bij een koepel of federatie kunnen de doelstellingen van de overkoepelende organisatie gelden. De doelstellingen sluiten maximaal aan bij de waarden van het lokaal bestuur Machelen. Op basis van de doelstellingen van een vereniging kan een erkenning positief of negatief geadviseerd worden en desgevallend goedgekeurd of afgekeurd.
§2. Verenigingen met religieus of winstgevend doel kunnen geen erkenning krijgen. Verenigingen met een politiek doel kunnen alleen een erkenning krijgen volgens artikel 2.
Artikel 4: een vereniging kan onder de hieronder genoemde bijkomende voorwaarden, bijkomend erkend worden in een van de volgende sectoren:
1° Sportvereniging: een vereniging met als primaire doelstelling de beoefening van sport.
De sportvereniging is aangesloten bij een door de Vlaamse regering erkende sportfederatie en/of biedt één of meerdere sporten aan vermeld op de sporttakkenlijst van Sport Vlaanderen.
2° Cultuurvereniging: een vereniging die actief is in één van de volgende domeinen:
Alle activiteiten die verband houden met kunst, erfgoed, creativiteit en culturele expressie. Dit kan variëren van podiumkunsten, beeldende kunst en muziek tot erfgoedinstellingen zoals musea en archieven.
Alle activiteiten die zich richten op het versterken van sociale cohesie en het bevorderen van participatie in de samenleving. Dit omvat activiteiten die gericht zijn op het creëren van ontmoetingsplaatsen, het stimuleren van sociale interactie, het bevorderen van burgerschap en het versterken van de lokale gemeenschap. Voorbeelden zijn buurtwerk & sociaal-culturele verenigingen (niet -limitatief)
3° Jeugdvereniging: een vereniging organiseert op regelmatige basis recreatieve of vormende activiteiten voor én door jeugd (2-30 jaar)
Alleen verenigingen erkend onder de voorwaarden van artikel 4.1°, 4.2° of 4.3° kunnen aanspraak maken op subsidies in het kader van het subsidiereglement voor erkende verenigingen jeugd, cultuur en sport, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 29 juni 2022.
Hoofdstuk 3: Voorwaarden voor erkenning
Artikel 5:
§1. De vereniging staat open voor alle inwoners van de gemeente Machelen, werft actief leden in de gemeente en biedt een open aanbod aan voor alle inwoners van de gemeente. Dit betekent dat iedereen lid kan worden van de vereniging op voorwaarde dat zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigen.
§2. Ter controle van de actieve ledenwerving in de gemeente en het aanbieden van een open aanbod voor onze inwoners kan het lokaal bestuur de nodige bewijzen opvragen. Een vereniging die niet aan de voorwaarden voldoet zal niet erkend worden of zal zijn erkenning verliezen.
§3. De vereniging respecteert het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De vereniging organiseert geen activiteiten die personen oproepen zich af te scheiden van anderen en onderschrijft het streven naar een harmonieus Machelen waar mensen met respect voor elkaar en mét elkaar samenleven. De vereniging stelt zich open en dialogerend op in het brede Machelse veld.
§4. De vereniging heeft een werking in het Nederlandse taalgebied. De gebruiker moet de verplichtingen nakomen van de taalwetgeving. Teneinde de integratie van de leden in de lokale gemeenschap te ondersteunen promoot de vereniging het Nederlands bij haar werking en organisatie.
Artikel 6: de zetel van de vereniging moet in de gemeente Machelen gevestigd zijn. De zetel kan in geen geval op het adres van een gemeentelijk of OCMW gebouw zijn.
Artikel 7: de vereniging ontplooit een actieve werking waarvan minstens 70 % van haar activiteiten plaatsvinden in Machelen en open staan voor alle inwoners van Machelen. Een deel van de activiteiten kan ook doorgaan buiten de gemeente maar ook deze activiteiten dienen steeds gericht te zijn op deelname van inwoners uit de gemeente.
Artikel 8: de vereniging heeft een werking in het Nederlandse taalgebied. De gebruiker moet de verplichtingen nakomen van de taalwetgeving. Teneinde de integratie van de leden in de lokale gemeenschap te ondersteunen promoot de vereniging het Nederlands bij haar werking en organisatie.
Artikel 9: de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de vereniging, haar leden, haar bestuurders, lesgevers en leiding moet door een verzekering gedekt zijn. Deze verzekeringen kunnen ook door een koepel of federatie afgesloten worden. Indien er sprake is van fysieke activiteiten (sportieve en/of bewegingsactiviteiten) dienen de leden en/of deelnemers ook voor lichamelijke ongevallen verzekerd te zijn.
Artikel 10: de vereniging is houder van een bankrekening op naam van de vereniging.
Artikel 11: verenigingen met eenzelfde naam, bestuur of bankrekeningnummer worden als één vereniging beschouwd. De naam van de vereniging kan geen verwijzing zijn naar een geografische locatie buiten het grondgebied van Machelen."
Artikel 2: met de goedkeuring van onderhavig reglement wordt opgeheven:
Artikel 3: het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Onze bibliotheek maakt deel uit van de Regiobib Noordrand. We vormen niet enkel één financiële organisatie maar delen ook één gebruikersreglement met naast algemene bepalingen een luik specifiek voor onze bibliotheek.
Door de bibliothecarissen van de Noordrand werd gezamenlijk beslist om het gebruikersreglement op enkele kleine punten aan te passen met in eerste instantie het invoeren van meer realistische post- en IBLtarieven.
Interbibliothecair leenverkeer (IBL) is een dienst waarmee bibliotheken materialen bij elkaar kunnen aanvragen en uitlenen, zodat gebruikers toegang krijgen tot informatie die niet in hun eigen bibliotheekcollectie aanwezig is.
Waar wijkt dit gebruikersreglement voor de Noordrand af in vergelijking met het vorige reglement?
Naast enkele herformuleringen om duidelijkheid te scheppen voor de gebruikers zijn dit de belangrijkste wijzigingen:
Geen
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend gebruikersreglement goed:
"Gebruikersreglement bibliotheek
Deel I - Algemene bepalingen
Samenwerkingsverband
Artikel 1: Regiobib Noordrand
De openbare bibliotheken van Noordrand hanteren een gezamenlijk gebruikersreglement en vormen samen Regiobib Noordrand.
Alle bibliotheekvestigingen van deze gemeenten maken hier deel van uit: Asse, Grimbergen, Kampenhout, Kapelle-op-den-Bos, Londerzeel, Machelen, Meise, Merchtem, Opwijk, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wemmel, Zaventem.
Leden van deze bibliotheken zijn automatisch lid van alle bibliotheken van de Regiobib. Openstaande kosten van deze bibliotheken kunnen in alle vestigingen van de Regiobib afgerekend worden. Ook online betalen via Mijn Bibliotheek is mogelijk.
Om gebruik te maken van de lokale digitale collecties van een andere bib uit de regio moet de lener jaarlijks ter plaatse gaan om de toegang te laten (her)activeren.
De algemene bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op alle bibliotheken van dit samenwerkingsverband, hun filialen/uitleenposten en de dienstverlening buiten de muren van de bibliotheek. De algemene bepalingen worden aangevuld met bepalingen die voor iedere bibliotheek specifiek zijn.
Artikel 2: Slim Netwerk
Alle bibliotheken van Noordrand maken deel uit van het Slim Netwerk. Leners met een geldig lidmaatschap in een van de aangesloten bibliotheken kunnen zonder bijkomende kosten lid worden bij alle bibliotheken uit het netwerk.
Deze lidmaatschappen worden niet automatisch hernieuwd bij een hernieuwing van het lidmaatschap van de Regiobib.
Inschrijven en verantwoordelijkheden
Artikel 3: Akkoord
Door de bibliotheek te bezoeken of door zich in te schrijven, verklaart de betrokkene zich akkoord met dit reglement. Het reglement is raadpleegbaar ter plekke of op de website van de bibliotheek.
Artikel 4: Inschrijving
Lid worden van de bibliotheek gebeurt met een geldige identiteitskaart of een geldig persoons- en Belgisch adresbewijs. Kinderen tot en met 11 jaar kunnen zich enkel inschrijven wanneer ze vergezeld zijn door een ouder of voogd met een geldige identiteitskaart of een geldig persoons- en Belgisch adresbewijs. Kinderen en personen die niet over een elektronische identiteitskaart beschikken, ontvangen bij de inschrijving een lidkaart.
Artikel 5: Lidmaatschap en tarieven
Kinderen en jongeren tot en met 17 jaar zijn gratis lid.
Vanaf 18 jaar betaal je eenmaal per jaar 5,00 euro voor 12 maanden.
In een aantal bibliotheken van Noordrand wordt hiervan afgeweken voor een of meer lenerscategorieën. Zie verder bij ‘Specifiek voor jouw bibliotheek’.
Het lidmaatschap wordt in één van de aangesloten bibliotheken van Regiobib Noordrand betaald. Hierdoor word je automatisch lid van alle bibliotheken die aangesloten zijn bij Regiobib Noordrand.
Vervanging van de lidkaart door verlies of beschadiging kost 3,00 euro.
Je mag je elektronische identiteitskaart of lidkaart niet door iemand anders laten gebruiken.
Artikel 6: Verantwoordelijkheid
De lener is verantwoordelijk voor de op zijn naam geleende materialen. Hij/zij mag deze materialen niet aan anderen doorgeven. Bij minderjarige gebruikers is de ouder of voogd verantwoordelijk.
Voor je materialen leent, dien je ze na te kijken op beschadiging en volledigheid. Bij een probleem verwittig je de bibliotheekmedewerker om te vermijden dat je zelf aansprakelijk wordt gesteld.
Zonder voorafgaande opmerkingen word je geacht de materialen in goede staat te hebben ontvangen. Bij verlies of beschadiging van materialen betaal je kosten volgens de specifieke bepalingen van de bibliotheek waar je het materiaal leende. Zie verder bij ‘Specifiek voor jouw bibliotheek’.
De bibliotheek is niet aansprakelijk voor defecten of beschadigingen aan apparatuur, veroorzaakt door het afspelen van geleende materialen.
Artikel 7: Privacy
De bibliotheekgebruiker gaat akkoord met het gebruik van de door hem ter beschikking gestelde persoonlijke gegevens, in zoverre dit nodig is voor de werking van de bibliotheek. Persoonlijke gegevens en uitleengegevens van de gebruiker worden zonder zijn toestemming niet meegedeeld aan derden. Je kan de volledige privacyverklaring raadplegen in de bibliotheek of downloaden op https://bibliotheek.be/privacyverklaring-bibliotheeksysteem.
De bibliotheek houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, namelijk de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) (ook bekend als General Data Protection Regulation of GDPR).
Artikel 8: Auteursrechten
De bibliotheek houdt zich aan de regels inzake intellectuele eigendom, zoals bepaald in Boek XI van het Wetboek van Economisch Recht. Je mag documenten uitsluitend voor eigen gebruik kopiëren. De volledige verantwoordelijkheid in verband met het gebruik van de bibliotheekmaterialen berust bij de gebruiker.
Lenen, verlengen en terugbrengen
Artikel 9: Maximaal aantal materialen
Je kan per bib maximaal 20 materialen lenen.
Artikel 10: Leentermijn en verlengen
Uitlenen en verlengen kan enkel mits het voorleggen van een geldig inschrijvingsbewijs.
De leentermijn is 4 weken.
De leentermijn kan eenmaal met 4 weken verlengd worden, tenzij het materiaal gereserveerd is. Die periode gaat in op de dag van de verlenging.
Verlengen is online mogelijk via ‘Mijn Bibliotheek’ en in de bibliotheek.
Voor bijzondere en/of tijdelijke collecties en tijdens vakantieperiodes kunnen er in sommige bibliotheken afwijkende leentermijnen of -leenvoorwaarden gelden.
Artikel 11: Leengeld
Voor het lenen van materialen wordt geen leengeld aangerekend.
Artikel 12: Terugbrengen
Materialen breng je terug naar de bibliotheek waar je ze leende. Buiten de openingsuren kan je gebruik maken van de inleverbus. Zie verder bij ‘Artikel 22: Inleverbus’.
Opvolging leentermijn
Artikel 13: Boetes
Als je de leentermijn overschrijdt, betaal je een boete van 0,10 euro per openingsdag per materiaal en de eventuele kosten voor herinneringsbrieven.
Het aanrekenen van de boete start op de dag na het verstrijken van de leentermijn en wordt per dag gerekend. De maximale boete is 5,00 euro per materiaal.
Artikel 14: Herinneringsmail
Indien je een mailadres opgaf, ontvang je een herinneringsmail voordat de leentermijn afloopt.
Deze mail is louter informatief. Het niet ontvangen van deze mail kan je niet inroepen als reden
om geen boete te moeten betalen. Hou daarom steeds de inleverdatum op je uitleenticket of via ‘Mijn Bibliotheek’ in de gaten. Breng de bibliotheek steeds op de hoogte bij een wijziging van je contactgegevens.
Artikel 15: Overschrijden leentermijn
Als de leentermijn één week overschreden is, krijg je een mail of brief met een eerste herinnering.
Als je hierop niet reageert, krijg je een week later een tweede herinnering per brief.
Vier weken na de inleverdatum wordt de derde herinnering verstuurd. Hierbij worden de vervangingskosten van de uitgeleende materialen vermeld. Deze brief is de laatste kans om te vermijden dat je de vermelde vervangingskosten moet betalen.
Lever de materialen zo snel mogelijk in of neem contact op met de bibliotheek.
Artikel 16: Blokkering lidmaatschap
Wanneer je niet reageert op de drie herinneringen vanuit de bibliotheek, wordt je lidmaatschap geblokkeerd in Regiobib Noordrand. Zie verder bij ‘Specifiek voor jouw bibliotheek’.
Je lidmaatschap wordt ook geblokkeerd indien je 5,00 euro openstaande kosten hebt of wanneer je kosten hebt die al 70 kalenderdagen open staan.
In beide gevallen kan je geen gebruik meer maken van de dienstverlening van de bib tot de kosten betaald zijn.
Reserveren
Artikel 17: Reserveren
Je kan gelijktijdig maximaal 5 materialen reserveren. Hiervoor betaal je een reservatiekost van 1,00 euro per materiaal. Van zodra de gereserveerde materialen beschikbaar zijn, ontvang je een mail, brief of telefoon. Je hebt dan 14 dagen tijd om je gereserveerde materialen af te halen. Deze kosten worden ook aangerekend wanneer je het materiaal niet komt afhalen.
Artikel 18: Aanvragen uit andere bibliotheken
Je kan gelijktijdig maximaal 5 materialen aanvragen bij andere openbare bibliotheken. Hiervoor betaal je een kost van 5,00 euro per geslaagde aanvraag. De leentermijn voor materialen van een andere bibliotheek is 4 weken. De leentermijn kan eenmaal met 4 weken verlengd worden, tenzij het materiaal gereserveerd is. Die periode gaat in op de dag van de verlenging. Deze kosten worden ook aangerekend wanneer je het materiaal niet komt afhalen.
Artikel 19: Onvoorziene omstandigheden
Alle onvoorziene omstandigheden worden geregeld door de verantwoordelijke van de bibliotheek en indien nodig door respectievelijk het college van burgemeester en schepenen van de gemeente of het directiecomité van het autonoom gemeentebedrijf.
Deel II - Specifiek voor bibliotheek Machelen-Diegem
Artikel 20: Toepassingsgebied
Dit reglement is van toepassing voor alle bezoekers en gebruikers van Bib Machelen en Bib Diegem.
Artikel 21: Lidmaatschap voor inwoners
Inwoners van Machelen en Diegem betalen geen lidmaatschap. Elke adreswijziging moet onmiddellijk worden meegedeeld.
Artikel 22: Inleverbus
Buiten de openingsuren kan je gebruik maken van de inleverbus om materialen terug te brengen. De volgende openingsdag worden de materialen ingenomen. Deze openingsdag geldt als inleverdatum. Eventuele boete moet je betalen bij een volgend bibliotheekbezoek. Spellen en toestellen mag je niet inleveren via de inleverbus. Tegen onze vaststelling van beschadigingen of onvolledigheid is geen verhaal mogelijk.
Artikel 23: Vergoeden van bibliotheekmaterialen
Bij verlies of beschadiging van materialen betaal je de oorspronkelijke facturatie prijs incl. btw bij aankoop van het materiaal door de bibliotheek.
Artikel 24: E-readers
Vanaf 12 jaar kan je een e-reader lenen voor het lezen van e-boeken die door de bibliotheek op het toestel werden geplaatst. Je mag e-boeken niet zelf kopiëren, verwijderen en/of toevoegen. Het terugbrengen van de e-reader kan enkel aan de balie. Om schade te voorkomen, blijven e-readers de ganse leenperiode in hun hoes en mag je ze niet in de inleverbus steken.
Artikel 25: Wifi
Iedereen kan gratis gebruik maken van het internet via het computereiland of via wifi. Je hoeft hiervoor geen lid te zijn van de bib.
Wie gebruik wenst te maken van de computerhoek dient zich aan de infobalie te registreren met een actieve bibliotheekkaart of met een identiteitskaart.
De bibliothecaris kan beslissen om voor onbepaalde tijd en/of tijdens bepaalde tijdsblokken af te wijken van deze regel, wanneer ingeschat wordt dat er geen reëel risico is op overlast of op overbezetting.
Bij vaststelling van misbruik (onveilige, illegale of aanstootgevende websites of bestanden gebruiken of raadplegen, ...) kan elke bibliotheekmedewerker internetgebruikers voorlopig schorsen.
Over de tijdelijke schorsing wordt door het college van burgemeester en schepenen beslist. Geschorste bezoekers kunnen bij het college van burgemeester en schepenen een schriftelijke aanvraag indienen om opnieuw toegelaten te worden tot de bibliotheek. Bij elke inbreuk op de voorlopige of tijdelijke schorsing kan de schorsingsperiode worden verlengd.
Artikel 26: UiTPAS met kansentarief
Leners uit kansengroepen die gedomicilieerd zijn in Machelen-Diegem kunnen bij het onthaal van het Sociaal huis een UiTPAS van Cultuur Noordrand met kansentarief aankopen. Leners uit kansengroepen die in een andere gemeente wonen waar de UiTPAS van Cultuur Noordrand wordt aangeboden, kunnen de UiTPAS met kansentarief in hun eigen gemeente aankopen.
De UiTPAS kan tevens als lidkaart van de bib gebruikt worden. Een UiTPAS met kansentarief kost 1,00 euro en blijft geldig zolang de pashouder in aanmerking komt voor het kansentarief.
Volwassen leners die over een geldige UiTPAS met kansentarief beschikken betalen 1,00 euro lidgeld per jaar voor de Regiobib Noordrand. Tot en met 17 jaar is het lidmaatschap gratis.
Voor aanvragen uit andere bibliotheken (zie artikel 18) werken we met een kansentarief van 1,00 euro per geleverde titel.
Artikel 27: Klaskaarten
Leerkrachten van alle scholen op het grondgebied van de gemeente kunnen gratis een klaskaart laten aanmaken. Op deze kaart kunnen meer materialen uitgeleend worden, hetzij tijdens een klasbezoek op afspraak hetzij door de leerkracht apart tijdens de openingsuren van de bibliotheek.
De leentermijn bedraagt voor een klaskaart 6 weken.
Materialen uitgeleend met een klaskaart zijn boetevrij.
Bij verlies geldt het gebruikersreglement van de bib. De school zal in dit geval gecontacteerd worden voor de vergoeding van de materialen.
De geldigheid van de klaskaart moet elk schooljaar opnieuw bevestigd te worden.
De klaskaart kan enkel gebruikt worden voor het ontlenen van materialen in klasverband, niet voor persoonlijk gebruik.
Artikel 28: Bijzondere bepalingen
Geluidsoverlast, roken, eten en drinken zijn niet toegestaan in de bib.
Dieren worden niet toegelaten tenzij als begeleiding van personen met een beperking.
Artikel 29: Slotbepalingen
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026. Alle voorgaande gebruikersreglementen worden door dit reglement opgeheven. Vastgesteld bij gemeenteraadsbesluit op 17 december 2025.
De leners en bezoekers dienen zich naast het bibliotheekreglement ook te houden aan de gedragsregels. Deze kan je nalezen op de website."
Het gemeentelijk visreglement dat momenteel van kracht is, dateert van 17 maart 2015. Sindsdien zijn er enkele veranderingen gebeurd. De aanleiding voor deze herziening is dan ook de nood aan een hedendaags en duidelijk visreglement binnen de gemeente.
Momenteel is er slechts één officiële visvijver, namelijk De Marga, die als vergunde vislocatie kan worden beschouwd. De voormalige visvijver Donjon voldoet niet langer aan de criteria voor een visvijver en wordt daarom niet meer opgenomen in het reglement.
Geen
Enig artikel: de gemeenteraad keurt volgend reglement goed:
"Gemeentelijk visreglement
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1: de hengelaars, al dan niet leden van de erkende vissersclubs, dienen zich te schikken naar de hierna vermelde voorschriften, waarvan zij verplichtend kennis hebben genomen. Overtredingen van dit reglement kunnen worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie van maximum 350,00 euro én met de uitsluiting voor een visvergunning voor het kalenderjaar volgend op de overtreding.
Artikel 2: eenieder die hengelt in de vijver “Marga" moet in het bezit zijn van een visverlof uitgereikt door het gemeentebestuur van Machelen.
Artikel 3: de vijver en de boorden zijn niet toegankelijk voor voetgangers- niet hengelaars, (brom-)fietsers of enig ander gemotoriseerd voertuig.
Hoofdstuk 2: Het visverlof
Artikel 4: een visverlof wordt slechts uitgereikt overeenkomstig het tariefreglement voor de visvangst. Een visverlof is altijd geldig van 1 januari van het jaar waarin het uitgereikt wordt tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar.
Artikel 5: het visverlof moet voorzien zijn van een pasfoto met stempel van de gemeente, het nummer van de identiteitskaart van de houder, naam en adres, of het nummer toegekend aan de erkende vissersclub en de naam van de erkende vissersclub.
Artikel 6: het visverlof op naam van een individuele houder is strikt persoonlijk en mag onder geen beding worden uitgeleend aan derden.
Artikel 7: er worden slechts visverloven afgeleverd aan personen die de leeftijd van 12 jaar bereikt hebben. Kinderen jonger dan 12 jaar mogen vissen onder begeleiding en verantwoordelijkheid van een volwassen persoon die over een geldig visverlof beschikt.
Hoofdstuk 3: Openings- en sluitingsperiode van de visvangst
Artikel 8: van 1 januari van elk jaar is het toegelaten alle dagen te vissen vanaf de boord van het water en dit tot en met 31 december van het betrokken jaar. Aan de vijver Marga is het verboden om vanaf de kant van het cultureel centrum te vissen.
Artikel 9: een hengeldag begint van 6 uur ’s morgens en eindigt om 20u ‘s avonds.
Artikel 10: gedurende de viswedstrijden van de erkende vissersclubs zal de visvijver waarop de wedstrijd wordt georganiseerd voorbehouden zijn aan de deelnemers van de clubwedstrijd.
Artikel 11: er is 1 erkende vissersclub die wedstrijden mag inrichten:
a) vissersclub “de Lustige Kabuisvissers”
De lijst van de wedstrijden en hun data wordt vastgesteld door het College van Burgemeester en Schepenen en wordt uitgehangen aan de vijver. Het totaal aantal wedstrijden wordt vastgesteld op maximum 18 voor visvijver Marga. Tijdens de wedstrijden wordt het publiek verzocht zich niet te begeven langs de boord van de vijver, teneinde de deelnemers niet te hinderen. Een wedstrijdcommissaris, aangestelde van de organiserende club, staat in voor de goede orde.
Hoofdstuk 4: Hengels en vislijnen
Artikel 12: er mag met slechts één vislijn gevist worden.
Artikel 13: de hengelaar mag niemand toelaten zijn vislijn te hanteren. Nochtans is het hem toegelaten zich te laten helpen door een derde, wanneer het schepnet nodig blijkt om de aangeslagen vis op het droge te brengen.
Artikel 14: het is verboden meer dan één haak op de vislijn te plaatsen. Enkel één gewone haak is toegelaten.
Hoofdstuk 5: Het hengelen
Artikel 15: iedere visser beschikt over twee meter boord om zijn vislijn te plaatsen. Hij zal een afstand van tenminste drie meter tussen zijn vislijn en die van de naaste visser in acht moeten nemen.
Hoofdstuk 6: De vis
Artikel 16: het is ten strengste verboden de vis mee te nemen; vis te doden of vis te bewaren in het leefnet.
Artikel 17: leefnetten zijn enkel toegelaten tijdens wedstrijden, zoals vastgesteld conform artikel 11.
Hoofdstuk 7: Controle
Artikel 18: de hengelaar verbindt er zich toe gevolg te geven aan de verzoeken van de agenten van de bevoegde administraties, aangestelden door de gemeente, wedstrijdcommissarissen van de erkende vissersclubs tijdens wedstrijden, die op ieder moment het recht hebben het vertoon te eisen van het visverlof en de identiteit te checken van de houder hiervan. De bevoegden hebben een legitimatiekaart uitgereikt door de gemeente.
Artikel 19: de hengelaar is verplicht op elke aanvraag daartoe door de agenten van de bevoegde administraties, aangestelden door de gemeente, wedstrijdcommissarissen van de erkende vissersclubs tijdens wedstrijden en met het doel het aantal gevangen vissen te controleren, hun leefnetten, viskorven, rugzakken of elke andere bergplaats waar zij hun vangsten kunnen bewaren, te laten nakijken.
Artikel 20: tijdens de wedstrijden wordt de controle verricht door wedstrijdcommissarissen aangesteld door de organiserende club. Zij moeten zich kunnen identificeren, de controle dient voorzien te zijn in het eigen clubreglement dat bekendgemaakt moet worden aan de vijver waarop de wedstrijd wordt georganiseerd.
Artikel 21: de algemene controle over het gebruik van de gemeentelijke infrastructuur berust bij het college van burgemeester en schepenen. Het college van burgemeester en schepenen vaardigt hiertoe de volgende bevoegde ambtenaren af:
Hoofdstuk 8: Afval
Artikel 22: elke visser dient zijn afval mee te nemen en zijn visplaats proper achter te laten.
Het reglement voor de toekenning van een premie ter ondersteuning van de technopreventieve beveiliging van woningen en beroepslokalen is geëvalueerd.
Er is duidelijk geworden dat voortzetten van de premie onvoldoende toegevoegde waarde heeft.
Inbraak is vaak een zware inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en de gemeente wil bijdragen aan de preventie hiervan. Daarvoor is onder andere een premie is beschikbaar om de kosten van het beveiligen van woningen en beroepslokalen te verlichten. Hiervoor wordt advies gevraagd bij de Diefstal Preventieadviseur (DPA) van de politie. Bij opvolging van alle de voorgestelde maatregelen kan de premie worden verkregen. Het verkregen bedrag is gelimiteerd tot 350,00 euro en 30% van de geïnvesteerde waarde.
Evaluatie
Een evaluatie is gemaakt om het voortzetten van de premie te beoordelen.
De gemeente wil bijdragen aan inbraakpreventie. Bij de bevolking en handelaars is er wel interesse in inbraakveiligheid, en worden adviezen aangevraagd, maar er is in jaren geen aanvraag voor de techno preventieve maatregelen meer aangevraagd. Gezien de kosten/baten verhouding van de aanvraag stimuleert de premie niet tot investering in het inbraakvrij maken van een pand. Een meer flexibel advies dat deze verhouding verbetert is niet mogelijk. Dit betekent dat de premie zijn doel niet behaalt, namelijk het stimuleren van het nemen van preventieve maatregelen tegen inbraak. Daarop gebaseerd blijkt het dus niet zinvol te zijn om de premie voor techno preventieve beveiligingsmaatregelen te behouden.
De gemeente kan wel inzetten op andere manieren om bij te dragen aan diefstal preventie, bijvoorbeeld door het vakantie toezicht, dat al wordt gedaan, te promoten en door informatie te verschaffen aan de burgers en handelaars. Dit gebeurt bijvoorbeeld sinds 2024 al op interactieve wijze op de preventiebeurs.
Het gereserveerde bedrag in het meerjarenplan van 1750.00 euro kan worden geschrapt.
Enig artikel: de gemeenteraad gaat akkoord met de opheffing van het reglement voor de toekenning van een premie ter ondersteuning van de technopreventieve beveiliging van woningen en beroepslokalen
Sinds 2021 geldt in Vlaanderen het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA). Dit decreet streeft naar een geïntegreerd lokaal beleid waarin opvang en vrijetijdsactiviteiten elkaar versterken. Het richt zich op een toegankelijk, betaalbaar en kwaliteitsvol aanbod dat alle kinderen maximale ontwikkelingskansen biedt, met extra aandacht voor kwetsbare gezinnen en kleuters. Daarnaast ondersteunt BOA ouders in het combineren van werk en gezin.
Lokale visie op BOA
Onze gemeente vertaalt deze doelstellingen in een lokale BOA-visie met twee belangrijke pijlers:
Kinderen in de naschoolse opvang krijgen een gevarieerd aanbod aan activiteiten op school, gericht op nieuwsgierigheid, talentontwikkeling, sociale vaardigheden en een brede kijk op de wereld. Voor kleuters is er een aangepast programma.
In samenwerking met verschillende partners versterken we het lokale opvangaanbod, met bijzondere aandacht voor voldoende en kwalitatieve opvang voor kleuters.
Lokale regie, controle en handhaving
Bij de recentste finalisering van het BOA-decreet heeft de Vlaamse overheid beslist om niet zelf een kwaliteitslabel te ontwikkelen, maar deze verantwoordelijkheid volledig door te geven aan de lokale besturen.
Dat betekent dat gemeenten – naast hun regierol – ook instaan voor de controle, handhaving én de opmaak van een eigen erkenningskader.
Elke gemeente is dus verantwoordelijk voor het organiseren, erkennen en opvolgen van buitenschoolse opvang en activiteiten, en voor het uitbouwen van kwaliteitsvolle samenwerkingen met partners.
Doel van het lokaal erkenningskader
Het erkenningskader heeft tot doel:
Daarnaast vormt het erkenningskader de inhoudelijke basis voor:
In samenwerking met verschillende betrokken interne diensten en externe partners werd het Lokaal erkenningskader vorm gegeven.
Het lokaal erkenningskader BOA Machelen is opgebouwd uit drie delen:
Elk deel is uitgewerkt aan de hand van zes verplichte kwaliteitsdomeinen:
Het lokaal erkenningskader zal invloed hebben wie beroep kan doen op subsidies en uitgaven i.k.v. BOA. Er zijn geen wijzigingen in het budget.
- Budgetlijnen ontvangsten:
- Budgetlijnen uitgaven:
Artikel 1: de gemeenteraad keurt het lokaal erkenningskader van BOA goed.
Artikel 2: de gemeenteraad gaat akkoord en keurt de versie zoals in bijlage van deze beslissing liggende goed.
In 2019 werd de werking van de Energiehuizen in Vlaanderen geheroriënteerd. Op basis daarvan sloten de lokale besturen van Halle-Vilvoorde een eerste samenwerkingsovereenkomst af met Energiehuis 3Wplus. In deze overeenkomst werd vastgelegd dat Energiehuis 3Wplus instaat voor het verstrekken van de energielening (inmiddels Mijn VerbouwLening) en het geven van basisinformatie omtrent premies en leningen, waarvoor het een werkingsvergoeding ontvangt van de Vlaamse Overheid. Ook het lokaal bestuur Machelen sloot in 2019 een samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis 3Wplus af.
Sindsdien heeft de Vlaamse Regering de opdracht van de Energiehuizen verder uitgebreid. Naast de oorspronkelijke basistaken werden bijkomende opdrachten toegewezen, waaronder:
Deze uitbreiding van de taken ging gepaard met een verhoging van de werkingsvergoeding van de Energiehuizen. Daarnaast werd een integratiebonus voorzien wanneer een Energiehuis samenwerkt met het intergemeentelijk samenwerkingsverband (IGS) of het woonloket voor de uitbouw van een geïntegreerd woon- en energieloket.
Gelet op deze evoluties is het wenselijk de samenwerkingsovereenkomst tussen het lokaal bestuur Machelen en Energiehuis 3Wplus te hernieuwen, zodat de gewijzigde opdracht en financiering correct worden vastgelegd en de inwoners blijvend kunnen rekenen op een kwalitatieve dienstverlening op vlak van wonen en energie.
Gezien de aanpassingen aan en uitbreiding van het takenpakket van het Energiehuis, is het aangeraden de samenwerkingsovereenkomst te actualiseren.
Energiehuis 3Wplus wenst door het inrichten van een stuurgroep ook de samenwerking en inspraak van de lokale besturen te vergroten. Het lokaal bestuur wijst een schepen aan met bevoegdheden die aansluiten bij de doelstellingen en activiteiten van het Energiehuis (bijvoorbeeld energie, klimaat of wonen). Deze schepen zetelt in de stuurgroep van het Energiehuis en rapporteert aan het college over de werking en resultaten van het Energiehuis.
Omtrent renovatiebegeleiding organiseerde Energiehuis 3Wplus in de periode 2023–2025 de tweede werkingsperiode van het project Mobiel Energiehuis, gefinancierd via de burenpremie van Fluvius. Het project biedt kwalitatieve renovatiebegeleiding aan huis, voor alle doelgroepen, met aandacht voor laagdrempelig contact. Deze werking vindt haar oorsprong in het project Kyoto in de wijk, waarmee 3Wplus destijds voor het eerst renovatiebegeleiding op het terrein bracht. Verschillende lokale besturen binnen de regio engageerden zich actief en benutten het project als concrete hefboom in hun woon- en klimaatbeleid.
In 2025 werd door de Vlaamse Overheid (via Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA)) het systeem van Mijn VerbouwBegeleiding (MVB) gelanceerd. Deze renovatiebegeleiding zet in op langdurige, individuele ondersteuning bij energetische renovaties. Daarbij wordt gewerkt met inkomenscategorieën, vergelijkbaar met de structuur van Mijn VerbouwPremie en Mijn VerbouwLening. De Mijn VerbouwBegeleiding zal het project Mobiel Energiehuis vervangen. De college beslissing van 29 juli 2025 keurde de opstart van de MVB in Machelen reeds goed. Aan de algemene samenwerkingsovereenkomst wordt een addendum toegevoegd met betrekking tot de samenwerking tussen het lokaal bestuur en het Energiehuis voor de MVB.
Concreet gelden volgende voorwaarden:
Voor doelgroep 1 is er geen Vlaamse vergoeding voorzien voor het Energiehuis, enkel via de particuliere of gemeentelijke tussenkomst kan hier begeleiding worden aangeboden. Voor doelgroepen 2 t.e.m. 4 is de begeleiding gratis. De Vlaamse regering heeft op 24 oktober 2025 een principiële beslissing genomen om het aantal begeleidingstrajecten te verhogen voor doelgroep 3 en 4. Deze beslissing moet nog definitief goedgekeurd worden.
De basisfinanciering vanuit VEKA laat echter slechts een minimale dienstverlening toe. Zo voorziet Energiehuis 3Wplus een verdeling van het basisaanbod over de lokale besturen in haar werkingsgebied, in verhouding tot het aantal huishoudens. Voor Machelen zijn dit 3 dossiers.
Om een volwaardig lokaal aanbod te garanderen en bijkomende begeleidingstrajecten mogelijk te maken, is extra cofinanciering door het lokaal bestuur vereist. Op die manier kunnen ook eigenaars uit doelgroep 1 ondersteuning krijgen en kunnen er méér trajecten per lokaal bestuur worden opgestart.
De werking wordt georganiseerd in “slots” van telkens 0,25 VTE. Per VTE kunnen op jaarbasis ongeveer 100 trajecten worden opgestart. Elk traject omvat minstens een plaatsbezoek – eventueel met thermografische scan – en een renovatieplan. Waar nodig volgt ook ondersteuning bij het aanvragen van premies, het vinden van aannemers en het opvolgen van de uitvoering. Het addendum dat voorligt wordt afgesloten voor een periode van 6 jaar.
Lokale cofinanciering aan Mijn VerbouwBegeleiding is essentieel om structureel ondersteuning te bieden bij energetische renovaties. Deze dienstverlening helpt bewoners niet alleen op weg naar een comfortabele, betaalbare en energiezuinige woning, maar levert ook een rechtstreekse bijdrage aan het behalen van de lokale klimaat- en energieambities.
Energiehuis 3Wplus wenst op basis van de voorgestelde projectfiche een addendum met het lokaal bestuur af te sluiten.
De dienstverlening van Energiehuis 3Wplus, omschreven in het Energiebesluit, wordt gratis aangeboden.
De kostprijs met betrekking tot de Mijn VerbouwBegeleiding, beschreven in het addendum, bedraagt 13 500,00 euro per 0.25 VTE per jaar. Op het einde van de projecttermijn, dat samenloopt met het addendum, wordt een afrekening gemaakt; eventuele overschotten vloeien terug naar de deelnemende lokale besturen. De gemeente Machelen tekent in voor 1 slot van 0.25 VTE voor 13 500,00 euro.
Artikel 1: de gemeenteraad keurt de hernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst met Energiehuis 3Wplus goed.
Artikel 2: de gemeenteraad wijst schepen Magda Geeroms aan als vertegenwoordiger in de stuurgroep van Energiehuis 3Wplus.
Artikel 3: de gemeenteraad keurt het addendum 'Mijn Verbouwbegeleiding' goed en tekent in voor 1 slot van 0.25 VTE.
De projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters verenigt twaalf gemeenten in een intergemeentelijke samenwerking rond bouwkundig, landschappelijk en archeologisch erfgoed: Asse, Grimbergen, Kraainem, Machelen, Meise, Merchtem, Steenokkerzeel, Vilvoorde, Wemmel, Wezembeek-Oppem, Zaventem en Zemst. De IOED-werking wordt ondersteund door Regionaal Landschap Brabantse Kouters vzw via een structurele samenwerking voor de uitvoering van het erfgoedbeleid.
De projectvereniging werd in 2023 door de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) erkend als intergemeentelijke onroerenderfgoeddienst (IOED). Hierdoor ontvangt zij voor de beleidsperiode 2024-2026 Vlaamse subsidies voor de basisdienstverlening op basis van een samenwerkingsovereenkomst en een gezamenlijk beleidsplan.
In het kader van de hernieuwing voor de volgende periode is een nieuwe beleidsplan 2027-2032 opgesteld, gebaseerd op:
Het beleidsplan dat nu bij alle aangesloten gemeenten ter goedkeuring voorligt, omvat de missie, visie en strategische lijnen van de IOED, de verdiepende werking per erfgoeddomein, de geplande acties per jaar, en de opvolgings- en evaluatiestructuur.
De gemeenteraden van alle aangesloten gemeenten keurden eerder reeds de verlenging van de projectvereniging en de financiële meerjarenbegroting goed. Hierin werden ook de gemeentelijke bijdragen al vastgesteld. Voor de gemeente Machelen gebeurde dit op de gemeenteraad van woensdag 25 juni 2025. De huidige beslissing betreft daarom nog uitsluitend de goedkeuring van het inhoudelijke beleidsplan als basis voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van IOED met de Vlaamse overheid.
De gemeente Merchtem heeft beslist om in de beleidsperiode 2027-2032 geen deel meer uit te maken van de IOED-werking. Merchtem blijft na 2026 echter wel lid van de projectvereniging zonder recht op IOED-dienstverlening en zonder financiële verplichting ten aanzien van de projectvereniging, conform de statutaire bepalingen. Deze regeling met gemeente Merchtem heeft geen impact op de gemeentelijke bedragen van de andere aangesloten gemeenten zoals die ook opgenomen is in de reeds goedgekeurde meerjarenbegroting 2027-2032 voor de projectvereniging.
Gelijktijdig met de nieuwe samenwerkingsovereenkomst wordt bijgevolg wel een aanpassing van de erkenning aangevraagd bij de Vlaamse Overheid, zodat het werkingsgebied van de IOED formeel wordt vastgesteld op 11 gemeenten. Dit werkingsgebied telt 281.231 inwoners (inwonersaantallen op 1 januari 2025) en een oppervlakte van 273,09 km², waarmee de IOED ruimschoots blijft voldoen aan de minimale erkenningsvereisten voor een IOED.
Zowel de aanpassing van de erkenning als het nieuwe beleidsplan werden reeds goedgekeurd op de bestuursvergadering van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters op dinsdag 4 november 2025.
De goedkeuring van het beleidsplan is vereist om het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomsten tussen de IOED en de Vlaamse Overheid en de aanpassing van de erkenning tijdig te kunnen indienen bij de Vlaamse Overheid.
Een erkende IOED levert een belangrijke meerwaarde op voor de deelnemende gemeenten door:
Geen
Artikel 1: de gemeenteraad beslist akkoord te gaan met de aanpassing van de erkenning bij de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) overeenkomstig het gewijzigde werkingsgebied van de IOED, en de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters te mandateren om deze wijziging officieel te melden bij de Vlaamse Overheid.
Artikel 2: het beleidsplan 2027-2032 van de projectvereniging Erfgoed Brabantse Kouters goed te keuren.
Artikel 3: akkoord te gaan met het indienen van dit beleidsplan bij de Vlaamse Overheid (Agentschap Onroerend Erfgoed) als onderdeel van het aanvraagdossier voor de nieuwe samenwerkingsovereenkomst van de Intergemeentelijke Onroerenderfgoeddienst (IOED) met de Vlaamse Overheid.
De gemeente is deelnemer van de intergemeentelijke vereniging voor crematoriumbeheer in het arrondissement Halle-Vilvoorde (IGS Havicrem), opgericht op 10 juni 2023 en verlengd in haar bestaansduur tot 10 juni 2035.
De agenda van de buitengewone algemene vergadering van IGS Havicrem die plaatsvindt op woensdag 17 december 2025 om 18.30 uur op de maatschappelijke zetel van de intergemeentelijke vereniging (crematorium Daelhof, Erasmuslaan 50 te 1804 Zemst) en volgende punten omvat:
Het ondernemingsplan 2026-2031 en de jaaractienota en begroting 2026, beide vastgesteld door de Raad van Bestuur van Havicrem van 4 november 2025.
Na beraadslaging en stemming.
Geen
Enig artikel: de gemeenteraad bekrachtigt de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 18 november 2025 om deel te nemen aan de buitengewone algemene vergadering van Havicrem op 17 december 2025 en te stemmen op alle punten van de dagorde van die buitengewone algemene vergadering.
De oproepingsbrief van 7 november 2025 van Incovo voor de gewone jaarvergadering op vrijdag 19 december 2025.
Goedkeuring agenda en mandatering vertegenwoordiger.
Geen
Artikel 1: de gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan de agendapunten van de gewone jaarvergadering op 19 december 2025, zijnde:
Artikel 2: de gemeentelijke vertegenwoordiger wordt gemandateerd om op de gewone jaarvergadering te handelen en beslissen conform dit besluit. Indien deze jaarvergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze jaarvergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de gemeentelijke vertegenwoordiger gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
De voorzitter sluit de zitting op 18/12/2025 om 00:41.